Zoba

Regio Wikidata

Omschrijving

Een Aramees koninkrijk ten noorden van Damascus, een machtige vijand van Israël. Saul voerde oorlog tegen Zoba (1 Samuël 14:47). David versloeg Hadadezer, de koning van Zoba, bij de Eufraat en bemachtigde veel goud, zilver en koper (2 Samuël 8:3-12). De Ammonieten huurden soldaten van Zoba voor hun oorlog tegen David, maar werden verslagen (2 Samuël 10:6-19). Rezon, een dienaar van Hadadezer, vluchtte en werd later koning van Damascus — een tegenstander van Salomo (1 Koningen 11:23-25).

Kaart

Personen

Bijbelverzen

1 Sam 14:47
47Toen nam Saul het koninkrijk over Israel in; en hij streed rondom tegen al zijn vijanden, tegen Moab, en tegen de kinderen Ammons, en tegen Edom, en tegen de koningen van Zoba, en tegen de Filistijnen; en overal, waar hij zich wendde, oefende hij straf.
2 Sam 8:3-5
3David sloeg ook Hadad-ezer, den zoon van Rechob, den koning van Zoba, toen hij heentoog, om zijn hand te wenden naar de rivier Frath. 5En de Syriers van Damaskus kwamen om Hadad-ezer, den koning van Zoba, te helpen; maar David sloeg van de Syriers twee en twintig duizend man.
2 Sam 8:12
12Van Syrie, en van Moab, en van de kinderen Ammons, en van de Filistijnen, en van Amalek, en van den roof van Hadad-ezer, den zoon van Rechob, den koning van Zoba.
2 Sam 10:6-8
6Toen nu de kinderen Ammons zagen, dat zij zich bij David stinkende gemaakt hadden, zonden de kinderen Ammons heen, en huurden van de Syriers van Beth-Rechob, en van de Syriers van Zoba, twintig duizend voetvolks, en van den koning van Maacha duizend man, en van de mannen van Tob twaalf duizend man. 8En de kinderen Ammons togen uit, en stelden de slagorde voor de deur der poort; maar de Syriers van Zoba, en Rechob, en de mannen van Tob en Maacha waren bijzonder in het veld.
2 Sam 23:36
36Jig-al, de zoon van Nathan, van Zoba; Bani, de Gadiet;
1 Kon 11:23-24
23Ook verwekte God hem een wederpartijder, Rezon, den zoon van Eljada, die gevloden was van zijn heer Hadad-ezer, den koning van Zoba, 24Tegen welken hij ook mannen vergaderd had, en werd overste ener bende, als David die doodde; en getrokken zijnde naar Damaskus, woonden zij aldaar, en regeerden in Damaskus.
1 Kron 11:47
47Eliel, en Obed, en Jaaziel van Mezobaja.
1 Kron 18:5
5En de Syriers van Damaskus kwamen, om Hadar-ezer, den koning van Zoba, te helpen; maar David sloeg van de Syriers twee en twintig duizend man.
1 Kron 18:9
9Toen Thou, de koning van Hamath, hoorde, dat David de ganse heirkracht van Hadar-ezer, den koning van Zoba, geslagen had;
1 Kron 19:6
6Toen de kinderen Ammons zagen, dat zij zich stinkende gemaakt hadden bij David, zo zond Hanun en de kinderen Ammons duizend talenten zilvers, om zich wagenen en ruiters te huren uit Mesopotamie, en uit Syrie-Maacha, en uit Zoba;
Ps 60:1
1Een gouden kleinood van David tot lering, voor den opperzangmeester, op Schusan Eduth;