Ziklag

Nederzetting Wikidata

Omschrijving

Een stad in het zuiden van het beloofde land, oorspronkelijk aan Juda en Simeon toegewezen (Jozua 15:31, 19:5). De Filistijnse koning Achis gaf Ziklag aan David als woonplaats toen deze voor Saul vluchtte: 'Achis gaf hem op die dag Ziklag. Daarom behoort Ziklag tot op deze dag aan de koningen van Juda' (1 Samuël 27:6). De Amalekieten overvielen en verbrandden Ziklag terwijl David afwezig was en namen de vrouwen gevangen, waaronder Davids vrouwen Ahinoam en Abigaïl. David achtervolgde hen en herwon alles (1 Samuël 30). In Ziklag ontving David het bericht van Sauls dood (2 Samuël 1:1). Diverse krijgslieden sloten zich bij David aan in Ziklag (1 Kronieken 12:1-20).

Kaart

Personen

Historische gebeurtenissen

Bijbelverzen

Joz 15:31
31En Ziklag, en Madmanna, en Sanzanna,
Joz 19:5
5En Ziklag, en Beth-hammerchaboth, en Hazar-Suza,
1 Sam 27:6
6Toen gaf Achis te dien dage Ziklag; daarom is Ziklag van de koningen van Juda geweest tot op dezen dag.
1 Sam 30:1-3
1Het geschiedde nu, als David en zijn mannen den derden dag te Ziklag kwamen, dat de Amalekieten in het zuiden en te Ziklag ingevallen waren, en Ziklag geslagen, en dezelve met vuur verbrand hadden; 3En David en zijn mannen kwamen aan de stad, en ziet, zij was met vuur verbrand; en hun vrouwen, en hun zonen en hun dochteren waren gevankelijk weggevoerd.
1 Sam 30:14
14Wij waren ingevallen tegen het zuiden van de Cherethieten, en op hetgeen van Juda is, en tegen het zuiden van Kaleb; en wij hebben Ziklag met vuur verbrand.
1 Sam 30:26
26Als nu David te Ziklag kwam, zo zond hij tot de oudsten van Juda, zijn vrienden, van den buit, zeggende: Ziet, daar is een zegen voor ulieden, van den buit der vijanden des HEEREN.
2 Sam 1:1
1Voorts geschiedde het na Sauls dood, als David van den slag der Amalekieten was wedergekomen, en David twee dagen te Ziklag gebleven was;
2 Sam 4:10
10Dewijl ik hem, die mij boodschapte, zeggende: Zie, Saul is dood; daar hij in zijn ogen was als een, die goede boodschap bracht, nochtans gegrepen en te Ziklag gedood heb, hoewel hij meende, dat ik hem bodenloon zou geven;
1 Kron 4:30
30En te Bethuel, en te Horma, en te Ziklag,
1 Kron 12:1
1Dezen nu zijn het, die tot David kwamen naar Ziklag, toen hij nog besloten was voor het aangezicht van Saul, den zoon van Kis; zij waren ook onder de helden, die tot dien krijg hielpen.
1 Kron 12:20
20Toen hij naar Ziklag toog, vielen tot hem uit Manasse: Adnah, en Jozabad, en Jediael, en Michael, en Jozabad, en Elihu, en Zillethai; hoofden der duizenden, die in Manasse waren.
Neh 11:28
28En te Ziklag, en in Mechona en haar onderhorige plaatsen,