Woestijn van Sinaï
RegioOmschrijving
De woestijn rondom de berg Sinaï, waar Israël ruim een jaar gelegerd was na de uittocht uit Egypte. 'In de derde maand na de uittocht kwamen zij in de woestijn van Sinaï en legerden zich tegenover de berg' (Exodus 19:1-2). Hier ontving Mozes de Tien Geboden en de gehele wet (Exodus 19-40, Leviticus, Numeri 1-10). De eerste volkstelling werd hier gehouden (Numeri 1:1,19). Het volk verbleef hier tot het vertrek naar Kades-Barnea.
Kaart
Reizen
Bijbelverzen
Ex 19:1-2
1In de derde maand, na het uittrekken der kinderen Israels uit Egypteland, ten zelfden dage kwamen zij in de woestijn Sinai. 2Want zij togen uit Rafidim, en kwamen in de woestijn Sinai, en zij legerden zich in de woestijn; Israel nu legerde zich aldaar tegenover dien berg.
Lev 7:38
38Die de HEERE Mozes op den berg Sinai geboden heeft, ten dage als Hij den kinderen Israels gebood, dat zij hun offeranden den HEERE, in de woestijn van Sinai, zouden offeren.
Num 1:1
1Voorts sprak de HEERE tot Mozes, in de woestijn van Sinai, in de tent der samenkomst, op den eersten der tweede maand, in het tweede jaar, nadat zij uit Egypteland uitgetogen ware, zeggende:
Num 1:19
19Gelijk als de HEERE Mozes geboden had, zo heeft hij hen geteld in de woestijn van Sinai.
Num 3:4
4Maar Nadab en Abihu stierven voor het aangezicht des HEEREN, als zij vreemd vuur voor het aangezicht des HEEREN in de woestijn van Sinai brachten, en hadden geen kinderen, doch Eleazar en Ithamar bedienden het priesterambt voor het aangezicht van hun vader Aaron.
Num 3:14
14En de HEERE sprak tot Mozes in de woestijn van Sinai, zeggende:
Num 9:1
1En de HEERE sprak tot Mozes in de woestijn van Sinai, in het tweede jaar, nadat zij uit Egypteland uitgetogen waren, in de eerste maand, zeggende:
Num 9:5
5En zij hielden het pascha op den veertienden dag der eerste maand, tussen de twee avonden, in de woestijn van Sinai; naar alles wat de HEERE Mozes geboden had, alzo deden de kinderen Israels.
Num 10:12
12En de kinderen Israels togen op, naar hun tochten, uit de woestijn Sinai; en de wolk bleef in de woestijn Paran.
Num 26:64
64En onder dezen was niemand uit de getelden van Mozes en Aaron, den priester, als zij de kinderen Israels telden in de woestijn van Sinai.
Num 33:15-16
15En zij verreisden van Rafidim, en legerden zich in de woestijn van Sinai. 16En zij verreisden uit de woestijn van Sinai, en legerden zich in Kibroth-Thaava.