Omschrijving
Een stad op de grens van Juda en Dan (Jozua 15:10, 19:43). Simson ging naar Timna, waar hij een Filistijnse vrouw zag en haar tot vrouw begeerde (Richteren 14:1-2). Op weg naar Timna verscheurde hij een leeuw met blote handen, in wiens karkas hij later een bijennest met honing vond — aanleiding voor zijn beroemde raadsel (Richteren 14:5-14). Na het verraad van zijn bruid stak Simson de Filistijnse akkers in brand (Richteren 14-15). De Filistijnen veroverden Timna ten tijde van Achaz (2 Kronieken 28:18).
Kaart
Historische gebeurtenissen
Bijbelverzen
Joz 15:10
10Daarna zal deze landpale zich omkeren Baala tegen het westen, naar het gebergte Seir, en zal doorgaan aan de zijde van den berg Jearim van het noorden; deze is Chesalon; en zij zal afkomen naar Beth-Semes, en door Timna gaan.
Joz 19:43
43En Elon, en Timnatha, en Ekron,
Recht 14:1-8
1En Simson ging af naar Thimnath, en gezien hebbende een vrouw te Thimnath, van de dochteren der Filistijnen, 2Zo ging hij opwaarts, en gaf het zijn vader en zijn moeder te kennen, en zeide: Ik heb een vrouw gezien te Thimnath, van de dochteren der Filistijnen; nu dan, neem mij die tot een vrouw. 5Alzo ging Simson, met zijn vader en zijn moeder, henen af naar Thimnath. Als zij nu kwamen tot aan de wijngaarden van Thimnath, ziet daar, een jonge leeuw, brullende hem tegemoet. 7En hij kwam af, en sprak tot de vrouw; en zij beviel in Simsons ogen. 8En na sommige dagen kwam hij weder, om haar te nemen; toen week hij af, om het aas van de leeuw te bezien, en ziet, een bijenzwerm was in het lichaam van den leeuw, met honig.
Recht 15:6
6Toen zeiden de Filistijnen: Wie heeft dit gedaan? En men zeide: Simson, de schoonzoon van den Thimniet, omdat hij zijn huisvrouw heeft genomen, en heeft haar aan zijn metgezel gegeven. Toen kwamen de Filistijnen op, en verbrandden haar en haar vader met vuur.
2 Kron 28:18
18Daartoe waren de Filistijnen in de steden der laagte en het zuiden van Juda ingevallen, en hadden ingenomen Beth-Semes, en Ajalon, en Gederoth, en Socho en haar onderhorige plaatsen, en Timna en haar onderhorige plaatsen, en Gimzo en haar onderhorige plaatsen; en zij woonden aldaar.