Tessalonica

Nederzetting Wikidata

Omschrijving

Een belangrijke havenstad in Macedonië (het huidige Thessaloniki in Griekenland). Paulus stichtte hier de gemeente op zijn tweede zendingsreis door in de synagoge drie sabbaten te redeneren over het lijden en de opstanding van Christus (Handelingen 17:1-4). Jaloerse Joden veroorzaakten oproer, waarna Paulus naar Berea vertrok (Handelingen 17:5-10). Later schreef Paulus twee brieven aan de Thessalonicenzen over de wederkomst van Christus. Meerdere medewerkers van Paulus kwamen uit Thessalonica, onder wie Aristarchus en Secundus (Handelingen 20:4).

Kaart

Personen

Bijbelverzen

Hand 17:1
1En door Amfipolis en Apollonia hun weg genomen hebbende, kwamen zij te Thessalonica, alwaar een synagoge der Joden was.
Hand 17:11-13
11En dezen waren edeler, dan die te Thessalonica waren, als die het woord ontvingen met alle toegenegenheid, onderzoekende dagelijks de Schriften, of deze dingen alzo waren. 13Maar als de Joden van Thessalonica verstonden, dat het Woord Gods ook te Berea van Paulus verkondigd werd, kwamen zij ook daar en bewogen de scharen.
Hand 20:4
4En hem vergezelschapte tot in Azie Sopater van Berea; en van de Thessalonicensen Aristarchus en Sekundus; en Gajus van Derbe, en Timotheus en van die van Azie Tychikus en Trofimus.
Hand 27:2
2En in een Adramyttenisch schip gegaan zijnde, alzo wij de plaatsen langs Azie bevaren zouden, voeren wij af; en Aristarchus, de Macedonier van Thessalonica, was met ons.
Fil 4:16
16Want ook in Thessalonica hebt gij mij eenmaal en andermaal gezonden, tot nooddruft.
1 Tess 1:1
1Paulus, en Silvanus, en Timotheus, aan de Gemeente der Thessalonicensen, welke is in God den Vader, en den Heere Jezus Christus: genade zij u en vrede van God, onzen Vader, en den Heere Jezus Christus.
2 Tess 1:1
1Paulus, en Silvanus, en Timotheus, aan de Gemeente der Thessalonicensen, welke is in God, onzen Vader, en den Heere Jezus Christus:
2 Tim 4:10
10Want Demas heeft mij verlaten, hebbende de tegenwoordige wereld liefgekregen, en is naar Thessalonica gereisd; Krescens naar Galatie, Titus naar Dalmatie.