Omschrijving
Een stad in Mesopotamië waar de 'zonen van Eden' (Beth-Eden) woonden. De Assyrische bevelhebbers noemden Telassar als voorbeeld van veroveringen om Jeruzalem te intimideren: 'Hebben de goden van de volken hen gered — de zonen van Eden die in Telassar woonden?' (2 Koningen 19:12, Jesaja 37:12).
Kaart
Bijbelverzen
2 Kon 19:12
12Hebben de goden der volken, die mijn vaders verdorven hebben, dezelve gered, als Gozan, en Haran, en Rezef, en de kinderen van Eden, die in Telasser waren?
Jes 37:12
12Hebben de goden der volken die mijn vaders verdorven hebben, dezelven gered, als Gozan, en Haran, en Rezef, en de kinderen van Eden, die in Telasser waren?