Omschrijving
Een stad in het bergland van Juda, circa 10 km ten zuiden van Bethlehem. Joab liet een wijze vrouw uit Tekoa komen om David te bewegen Absalom terug te laten keren (2 Samuël 14:2-9). Ira uit Tekoa was een van Davids helden (2 Samuël 23:26). Rehabeam versterkte Tekoa (2 Kronieken 11:6). De stad is vooral bekend als de geboorteplaats van de profeet Amos: 'Amos, die onder de veehouders van Tekoa was' (Amos 1:1). Bij Nehemia's muurbouw hielpen inwoners van Tekoa mee, hoewel hun edelen weigerden (Nehemia 3:5,27).
Kaart
Historische gebeurtenissen
Bijbelverzen
2 Sam 14:2-4
2Zo zond Joab heen naar Thekoa, en nam van daar een wijze vrouw; en hij zeide tot haar: Stel u toch, alsof gij rouw droegt, en trek nu rouwklederen aan, en zalf u niet met olie, en wees als een vrouw, die nu vele dagen rouw gedragen heeft over een dode; 4En de Thekoietische vrouw zeide tot den koning, als zij op haar aangezicht ter aarde was gevallen, en zich nedergebogen had, zo zeide zij: Behoud, o koning!
2 Sam 14:9
9En de Thekoietische vrouw zeide tot den koning: Mijn heer koning, de ongerechtigheid zij op mij en op mijns vaders huis; de koning daarentegen, en zijn stoel, zij onschuldig.
2 Sam 23:26
26Helez, de Paltiet; Ira, de zoon van Ikes, de Thekoiet;
1 Kron 2:24
24En na den dood van Hezron, in Kaleb-Efratha, heeft Abia, Hezrons huisvrouw, hem ook gebaard Aschur, de vader van Thekoa.
1 Kron 4:5
5Asschur nu, de vader van Thekoa, had twee vrouwen, Hela en Naara.
1 Kron 11:28
28Ira, de zoon van Ikkes, de Thekoiet; Abiezer, de Anathothiet;
1 Kron 27:9
9De zesde, in de zesde maand, was Ira, de zoon van Ikkes, de Thekoiet; in zijn verdeling waren er ook vier en twintig duizend.
2 Kron 11:6
6Hij bouwde nu Bethlehem, en Etham, en Thekoa,
2 Kron 20:20
20En zij maakten zich des morgens vroeg op, en togen uit naar de woestijn van Thekoa; en als zij uittogen, stond Josafat en zeide: Hoort mij, o Juda, en gij, inwoners van Jeruzalem! Gelooft in den HEERE, uw God, zo zult gij bevestigd worden; gelooft aan Zijn profeten, en gij zult voorspoedig zijn.
Neh 3:5
5Voorts aan hun hand verbeterden de Thekoieten; maar hun voortreffelijken brachten hun hals niet tot den dienst huns Heeren.
Neh 3:27
27Daarna verbeterden de Thekoieten een ander maat; tegenover den groten uitstekenden toren, en tot aan den muur van Ofel.
Jer 6:1
1Vlucht met hopen, gij kinderen van Benjamin! uit het midden van Jeruzalem, en blaast de bazuin te Thekoa, en heft een vuurteken op te Beth-Cherem; want er kijkt een kwaad uit van het noorden, en een grote breuk.
Am 1:1
1De woorden van Amos, die onder de veeherderen was van Thekoa, dewelke hij gezien heeft over Israel, in de dagen van Uzzia, koning van Juda, en in de dagen van Jerobeam, zoon van Joas, koning van Israel; twee jaren voor de aardbeving.