Een plaats die voor het eerst wordt vermeld in de tijd van Salomo. Over de ligging van Tarsis is veel gediscussieerd. Sommigen denken aan een Tarsis in het Oosten, aan de Indiase kust, omdat 'schepen van Tarsis' uitvoeren vanuit Ezion-Geber aan de Rode Zee (1 Koningen 9:26; 22:48; 2 Kronieken 9:21). Er kan echter weinig twijfel bestaan dat dit de naam is van een Fenicische havenstad in Spanje, tussen de twee mondingen van de Guadalquivir. Het werd gesticht door een Carthaagse kolonie en was de meest westelijke haven van Tyrische zeelieden. Naar deze haven wilde het schip van Jona uitvaren vanuit Joppe. De stad was rijk aan goud- en zilvermijnen. De naam wordt soms ook zonder verwijzing naar een specifieke plaats gebruikt. 'Schepen van Tarsis' duidt soms eenvoudig op schepen bestemd voor een lange reis (Jesaja 23:1, 14), grote zeegaande schepen, ongeacht hun bestemming. Salomo's schepen werden zo genoemd (1 Koningen 10:22; 22:49).
22Want de koning had in zee schepen van Tharsis, met de schepen van Hiram; deze schepen van Tharsis kwamen in, eenmaal in drie jaren, brengende goud, en zilver, elpenbeen, en apen, en pauwen.
1 Kon 22:48
48Toen was er geen koning in Edom, maar een stadhouder des konings.
2 Kron 9:21
21Want des konings schepen voeren naar Tharsis, met de knechten van Huram; eens in drie jaren kwamen de schepen van Tharsis in, brengende goud, en zilver, elpenbeen, en apen, en pauwen.
2 Kron 20:36-37
36En hij vergezelschapte zich met hem, om schepen te maken, om naar Tharsis te gaan; en zij maakten de schepen te Ezeon-Geber. 37Maar Eliezer, de zoon van Dodava, van Maresa, profeteerde tegen Josafat, zeggende: Omdat gij u met Ahazia vergezelschapt hebt, heeft de HEERE uw werken verscheurd. Alzo werden de schepen verbroken, dat zij niet konden naar Tharsis gaan.
Ps 48:7
7Beving greep hen aldaar aan, smart als van een barende vrouw.
Ps 72:10
10De koningen van Tharsis en de eilanden zullen geschenken aanbrengen; de koningen van Scheba en Seba zullen vereringen toevoeren.
Jes 2:16
16En tegen alle schepen van Tarsis, en tegen alle gewenste schilderijen.
Jes 23:1
1De last van Tyrus. Huilt, gij schepen van Tarsis! want zij is verwoest, dat er geen huis meer is, dat niemand er meer ingaat; uit het land Chittim is het aan hen openbaar geworden.
Jes 23:6
6Vaart over naar Tarsis, huilt, gij inwoners des eilands!
Jes 23:10
10Ga door naar uw land, als een rivier, gij dochter van Tarsis! er is geen gordel meer.
Jes 23:14
14Huilt, gij schepen van Tarsis! want ulieder sterkte is verstoord.
Jes 60:9
9Want de eilanden zullen Mij verwachten, en de schepen van Tarsis vooreerst, om uw kinderen van verre te brengen, hun zilver en hun goud met hen, tot den Naam des HEEREN uws Gods, en tot den Heilige Israels, dewijl Hij u heerlijk gemaakt heeft.
Jes 66:19
19En Ik zal een teken aan hen zetten, en uit hen, die het ontkomen zullen zijn, zal Ik zenden tot de heidenen naar Tarsis, Pul, en Lud, de boogschutters, naar Tubal en Javan, tot de ver gelegen eilanden, die Mijn gerucht niet gehoord, noch Mijn heerlijkheid gezien hebben; en zij zullen Mijn heerlijkheid onder de heidenen verkondigen.
Jer 10:9
9Uitgerekt zilver wordt van Tarsis gebracht, en goud van Ufaz, tot een werk des werkmeesters en van de handen des goudsmids; hemelsblauw en purper is hun kleding, een werk der wijzen zijn zij al te zamen.
Ez 10:9
9Toen zag ik, en ziet, vier raderen waren bij de cherubs; een rad was bij elken cherub; en de gedaante der raderen was als de verf van een turkoois-steen.
Ez 27:12
12Tarsis dreef koophandel met u vanwege de veelheid van allerlei goed; met zilver, ijzer, tin, en lood handelden zij op uw markten.
Ez 27:25
25De schepen van Tarsis zongen van u, vanwege den onderlingen koophandel met u; en gij waart vervuld, en zeer verheerlijkt in het hart der zeeen.
Ez 38:13
13Scheba, en Dedan, en de kooplieden van Tarsis, en alle hun jonge leeuwen zullen tot u zeggen: Komt gij, om buit te buiten? hebt gij uw vergadering vergaderd, om roof te roven? om zilver en goud weg te voeren, om vee en have weg te nemen, om een groten buit te buiten?
Jona 1:3
3Maar Jona maakte zich op om te vluchten naar Tarsis, van het aangezicht des HEEREN; en hij kwam af te Jafo, en vond een schip, gaande naar Tarsis, en hij gaf de vracht daarvan, en ging neder in hetzelve, om met henlieden te gaan naar Tarsis, van het aan gezicht des HEEREN.
Jona 4:2
2En hij bad tot den HEERE, en zeide: Och HEERE! was dit mijn woord niet, als ik nog in mijn land was? Daarom kwam ik het voor, vluchtende naar Tarsis; want ik wist, dat Gij een genadig en barmhartig God zijt, lankmoedig en groot van goedertierenheid, en berouw hebbende over het kwaad.