Omschrijving
De vruchtbare kustvlakte van Saron, langs de Middellandse Zee, van Joppa tot de Karmel. De bruid in Hooglied vergelijkt zichzelf met 'een roos van Saron' (Hooglied 2:1). Jesaja profeteert over Sarons heerlijkheid in de messiaanse tijd: 'De heerlijkheid van de Libanon, de luister van Karmel en Saron, zij zullen de heerlijkheid van de HEERE zien' (Jesaja 35:2). Davids rundvee graasde in Saron onder opzichter Sitrai (1 Kronieken 27:29). Petrus genas Eneas in Lydda, waarna allen in Saron zich bekeerden (Handelingen 9:35).
Kaart
Bijbelverzen
1 Kron 27:29
29En over de runderen, die in Saron weidden, was Sitrai, de Saroniet; maar over de runderen in de laagten, was Safat, de zoon van Adlai.
Hoogl 2:1
1Ik ben een Roos van Saron, een Lelie der dalen.
Jes 33:9
9Het land treurt, het kweelt; de Libanon schaamt zich, hij verwelkt; Saron is geworden als een woestijn; zo Basan als Karmel zijn geschud.
Jes 35:2
2Zij zal lustig bloeien, en zich verheugen, ja, met verheuging, en juichen; de heerlijkheid van Libanon is haar gegeven, het sieraard van Karmel en Saron; zij zullen zien de heerlijkheid des HEEREN, het sieraad onzes Gods.
Jes 65:10
10En Saron zal tot een schaapskooi worden, en het dal van Achor tot een runderleger, voor Mijn volk, dat Mij gezocht heeft.
Hand 9:35
35En zij zagen hem allen, die te Lydda en Sarona woonden, dewelke zich bekeerden tot den Heere.