Omschrijving
Een stad in Mesopotamië waarvan bewoners door de Assyrische koning naar Samaria werden gedeporteerd na de val van het noordelijke koninkrijk. De Sefarvieten 'verbrandden hun kinderen voor Adrammelech en Anammelech, de goden van Sefarvaïm' (2 Koningen 17:24,31). De Assyrische generaal Rabsaké spotte: 'Hebben de goden van Sefarvaïm, Hena en Ivva Samaria gered?' (2 Koningen 18:34). De stad lag waarschijnlijk aan de Eufraat in Syrië.
Kaart
Bijbelverzen
2 Kon 17:24
24De koning nu van Assyrie bracht volk van Babel, en van Chuta, en van Avva, en van Hamath, en Sefarvaim, en deed hen wonen in de steden van Samaria, in de plaats der kinderen Israels; en zij namen Samaria erfelijk in, en woonden in haar steden.
2 Kon 17:31
31En de Avieten maakten Nibhaz en Tartak, en de Sefarvieten verbrandden hun zonen voor Adramelech en Anamelech, de goden van Sefarvaim, met vuur.
2 Kon 18:34
34Waar zijn de goden van Hamath, en van Arpad? Waar zijn de goden van Sefarvaim, Hena en Ivva? Ja, hebben zij Samaria uit mijn hand gered?
2 Kon 19:13
13Waar is de koning van Hamath, en de koning van Arpad, en de koning der stad Sefarvaim, Hena en Ivva?
Jes 36:19
19Waar zijn de goden van Hamath en Arpad? Waar zijn de goden van Sefarvaim? Hebben zij ook Samaria van mijn hand gered?
Jes 37:13
13Waar is de koning van Hamath, en de koning van Arpad, en de koning der stad Sefarvaim, Hena en Ivva?