Riblah 1

Nederzetting Wikidata

Omschrijving

Een stad in het land van Hamath, in Syrië, die diende als hoofdkwartier voor de koningen van Babylonië en Egypte. Farao Necho zette koning Joahaz gevangen in Ribla en legde Juda een zware schatting op (2 Koningen 23:33). Nebukadnezar had zijn hoofdkwartier in Ribla, waar hij de gevangen Zedekia berechtte: hij liet Zedekia's zonen voor zijn ogen doden en stak hem daarna de ogen uit (2 Koningen 25:6-7, Jeremia 39:5-7, 52:9-11). De stad lag strategisch aan de Orontes, op de route tussen Mesopotamië en Egypte.

Kaart

Personen

Historische gebeurtenissen

Bijbelverzen

2 Kon 23:33
33Doch Farao Necho liet hem binden te Ribla in het land van Hamath, opdat hij te Jeruzalem niet regeren zou; en hij legde het land een boete op van honderd talenten zilvers en een talent gouds.
2 Kon 25:6
6Zij dan grepen den koning, en voerden hem opwaarts tot den koning van Babel, naar Ribla; en zij spraken een oordeel tegen hem.
2 Kon 25:20-21
20Als Nebuzaradan, de overste der trawanten, dezen genomen had, zo bracht hij hen tot den koning van Babel, naar Ribla. 21En de koning van Babel sloeg hen, en doodde hen te Ribla, in het land van Hamath. Alzo werd Juda uit zijn land gevankelijk weggevoerd.
Jer 39:5-6
5Doch het heir der Chaldeen jaagde hen achterna; en zij achterhaalden Zedekia in de vlakke velden van Jericho, en vingen hem, en brachten hem opwaarts tot Nebukadrezar, den koning van Babel, naar Ribla, in het land van Hamath; die sprak oordelen tegen hem uit. 6En de koning van Babel slachtte de zonen van Zedekia te Ribla voor zijn ogen; ook slachtte de koning van Babel alle edelen van Juda.
Jer 52:9-10
9Zij dan grepen den koning, en voerden hem opwaarts tot den koning van Babel naar Ribla, in het land van Hamath; die sprak oordelen tegen hem. 10En de koning van Babel slachtte de zonen van Zedekia voor zijn ogen; en hij slachtte ook al de vorsten van Juda te Ribla.
Jer 52:26-27
26Als Nebuzaradan, de overste der trawanten, dezen genomen had, zo bracht hij hen tot den koning van Babel naar Ribla. 27En de koning van Babel sloeg hen en doodde hen te Ribla, in het land van Hamath. Alzo werd Juda uit zijn land gevankelijk weggevoerd.
Ez 6:14
14Daarom zal Ik Mijn hand over hen uitstrekken, en zal het land woest maken, ja, woester dan de woestijn naar Diblath henen, in al hun woningen; en zij zullen bevinden, dat Ik de HEERE ben.