Ramah 4
NederzettingOmschrijving
De woonplaats van Elkana en Hanna, de ouders van Samuël. Elk jaar keerden zij vanuit Silo terug naar 'hun huis in Rama' (1 Samuël 1:19, 2:11). Samuël richtte Israël vanuit Rama en bouwde er een altaar (1 Samuël 7:17). Hier kwamen de oudsten om een koning te vragen (1 Samuël 8:4). Saul werd hier door Samuël ontvangen (1 Samuël 9). Na zijn dood werd Samuël in zijn huis in Rama begraven (1 Samuël 25:1). Waarschijnlijk hetzelfde als Ramathaïm-Zofim.
Kaart
Personen
Bijbelverzen
1 Sam 1:19
19En zij stonden des morgens vroeg op, en zij aanbaden voor het aangezicht des HEEREN, en zij keerden weder, en kwamen tot hun huis te Rama. En Elkana bekende zijn huisvrouw Hanna, en de HEERE gedacht aan haar.
1 Sam 2:11
11Daarna ging Elkana naar Rama in zijn huis; maar de jongeling was den HEERE dienende voor het aangezicht van den priester Eli.
1 Sam 7:17
17Doch hij keerde weder naar Rama; want daar was zijn huis, en daar richtte hij Israel; en hij bouwde aldaar den HEERE een altaar.
1 Sam 8:4
4Toen vergaderden zich alle oudsten van Israel, en zij kwamen tot Samuel te Rama;
1 Sam 15:34
34Daarna ging Samuel naar Rama; en Saul ging op naar zijn huis te Gibea-Sauls.
1 Sam 16:13
13Toen nam Samuel den oliehoorn, en hij zalfde hem in het midden zijner broederen. En de Geest des HEEREN werd vaardig over David van dien dag af en voortaan. Daarna stond Samuel op, en hij ging naar Rama.
1 Sam 19:18-23
18Alzo vluchtte David en ontkwam, en hij kwam tot Samuel te Rama, en hij gaf hem te kennen al wat Saul hem gedaan had; en hij en Samuel gingen heen, en zij bleven te Najoth. 19En men boodschapte Saul, zeggende: Zie, David is te Najoth, bij Rama. 22Daarna ging hij ook zelf naar Rama, en hij kwam tot den groten waterput, die te Sechu was, en hij vraagde en zeide: Waar is Samuel, en David? Toen werd hem gezegd: Zie, zij zijn te Najoth bij Rama. 23Toen ging hij derwaarts naar Najoth bij Rama; en dezelfde Geest Gods was ook op hem, en hij, al voortgaande, profeteerde, totdat hij te Najoth in Rama kwam.
1 Sam 20:1
1Toen vluchtte David van Najoth bij Rama, en hij kwam, en zeide voor het aangezicht van Jonathan: Wat heb ik gedaan, wat is mijn misdaad, en wat is mijn zonde voor het aangezicht uws vaders, dat hij mijn ziel zoekt?
1 Sam 25:1
1En Samuel stierf; en gans Israel vergaderde zich, en zij bedreven rouw over hem, en begroeven hem in zijn huis te Rama. En David maakte zich op, en toog af naar de woestijn Paran.
1 Sam 28:3
3Samuel nu was gestorven, en gans Israel had rouw over hem bedreven; en zij hadden hem begraven te Rama, te weten in zijn stad. En Saul had uit het land weggedaan de waarzeggers en duivelskunstenaars.