Omschrijving
Het land van Put, een Afrikaans volk, afstammelingen van Put (Fut), zoon van Cham (Genesis 10:6). De mannen van Put dienden als huurlingen en schilddragers in diverse legers: in het leger van Tyrus (Ezechiël 27:10), van Egypte (Jeremia 46:9), en in het eindtijdleger van Gog (Ezechiël 38:5). Jesaja noemt Put onder de verre volken waarheen God overlevenden zal zenden (Jesaja 66:19). Put wordt doorgaans geïdentificeerd met Libië of een deel van Noord-Afrika.
Kaart
Bijbelverzen
Jes 66:19
19En Ik zal een teken aan hen zetten, en uit hen, die het ontkomen zullen zijn, zal Ik zenden tot de heidenen naar Tarsis, Pul, en Lud, de boogschutters, naar Tubal en Javan, tot de ver gelegen eilanden, die Mijn gerucht niet gehoord, noch Mijn heerlijkheid gezien hebben; en zij zullen Mijn heerlijkheid onder de heidenen verkondigen.
Jer 46:9
9Trekt op, gij paarden! en raast, gij wagens! en laat de helden uittrekken: de Moren, en de Puteers, die het schild handelen, en de Lydiers, die den boog handelen en spannen.
Ez 27:10
10Perzen, en Lydiers, en Puteers waren in uw heir, uw krijgslieden; schild en helm hingen zij in u op, die maakten uw sieraad.
Ez 30:5
5Morenland, en Put, en Lud, en al de gemengde hoop, en Cub, en de kinderen van het land des verbonds zullen met hen vallen door het zwaard.
Ez 30:13
13Zo zegt de Heere HEERE: Ik zal ook de drekgoden verdoen, en de nietige afgoden doen ophouden uit Nof; en er zal geen vorst meer zijn uit Egypteland; en Ik zal een vreze in Egypteland stellen.
Ez 38:5
5Perzen, Moren en Puteers met hen, die altemaal schild en helm voeren;
Nah 3:9
9Morenland en Egypte waren haar macht, en er was geen einde; Put en Lybea waren tot uw hulp.