Fenicië

Regio

Omschrijving

Fenicië (Handelingen 21:2; 11:19; 15:3), van het Griekse phoinix, 'een palm' — het land van palmbomen. Een kuststrook langs de Middellandse Zee met een gemiddelde breedte van zo'n 32 km, van de rivier de Eleutherus in het noorden tot de kaap Karmel in het zuiden, ongeveer 190 km lang. De naam komt niet voor in het Oude Testament. Fenicië lag in het hart van de oude wereld en was het natuurlijke doorvoercentrum voor handel met vreemde volken. Het was het 'Engeland van de oudheid'. De handelsroutes uit heel Azië kwamen samen aan de Fenicische kust. Het was 'gelegen aan de toegang van de zee, een handelaar der volken naar vele eilanden' (Ezechiël 27:3-4). De Feniciërs waren de meest ondernemende kooplieden van de oude wereld en stichtten koloniën op diverse plaatsen, waarvan Carthago de voornaamste was. Zij waren een Kanaänitische tak van het geslacht van Cham. Koning Hiram verleende belangrijke diensten aan Salomo bij de bouw van de tempel, waarbij hij alle vaten voor de tempeldienst goot, evenals de twee zuilen voor het voorportaal en de 'gegoten zee' (1 Koningen 7:21-23). De Feniciërs worden gewoonlijk beschouwd als de uitvinders van het alfabetisch schrift, hoewel recente ontdekkingen in Zuid-Arabië suggereren dat het Fenicische alfabet mogelijk afgeleid was van de Mineërs.

Kaart

Bijbelverzen

Hand 11:19
19Degenen nu, die verstrooid waren door de verdrukking, die over Stefanus geschied was, gingen het land door tot Fenicie toe, en Cyprus, en Antiochie, tot niemand het Woord sprekende, dan alleen tot de Joden.
Hand 15:3
3Zij dan, van de Gemeente uitgeleid zijnde, reisden door Fenicie en Samarie, verhalende de bekering der heidenen; en deden al den broederen grote blijdschap aan.
Hand 21:2
2En een schip gevonden hebbende, dat naar Fenicie overvoer, gingen wij er in en voeren af.