Ophrah 2

Nederzetting

Omschrijving

Een stad in het stamgebied van Manasse, de woonplaats van Gideon uit het geslacht van Abiëzer. Hier verscheen de Engel des HEEREN aan Gideon onder de terebint en riep hem tot richter (Richteren 6:11-24). Gideon bouwde er een altaar genaamd 'De HEERE is vrede'. Na zijn overwinning op de Midianieten maakte Gideon helaas een efod van het gouden buit en plaatste die in Ofra, waar het een valstrik werd voor Israël (Richteren 8:27). Gideon werd in Ofra begraven (Richteren 8:32). Zijn zoon Abimelech doodde hier zeventig van zijn broers op één steen; alleen Jotham ontsnapte (Richteren 9:5).

Kaart

Personen

Bijbelverzen

Recht 6:11
11Toen kwam een Engel des HEEREN, en zette Zich onder den eik, die te Ofra is, welke aan Joas, den Abi-ezriet, toekwam; en zijn zoon Gideon dorste tarwe bij de pers, om die te vluchten voor het aangezicht der Midianieten.
Recht 6:24
24Toen bouwde Gideon aldaar den HEERE een altaar, en noemde het: De HEERE is vrede! het is nog tot op dezen dag in Ofra der Abi-ezrieten.
Recht 8:27
27En Gideon maakte daarvan een efod, en stelde die in zijn stad, te Ofra; en gans Israel hoereerde aldaar denzelven na; en het werd Gideon en zijn huis tot een valstrik.
Recht 8:32
32En Gideon, de zoon van Joas, stierf in goeden ouderdom; en hij werd begraven in het graf van zijn vader Joas, te Ofra, des Abi-ezriets.
Recht 9:5
5En hij kwam in zijns vaders huis te Ofra, en doodde zijn broederen, de zonen van Jerubbaal, zeventig mannen, op een steen; doch Jotham, de jongste zoon van Jerubbaal werd overgelaten, want hij had zich verstoken.