Oostpoort
PoortOmschrijving
Een poort aan de oostzijde van de tempel in Jeruzalem. De poortwachtersdienst bij de Oostpoort werd verdeeld door David (1 Kronieken 26:14). Kore, de zoon van Jimna, was opziener over de vrijwillige gaven bij de Oostpoort (2 Kronieken 31:14). Ezechiël zag bij de Oostpoort vijfentwintig mannen die de zon aanbaden, en de heerlijkheid des HEEREN vertrok via deze poort (Ezechiël 11:1,23). Nehemia vermeldt herbouwwerkzaamheden bij de Oostpoort (Nehemia 3:29).
Kaart
Bijbelverzen
1 Kron 26:14
14Het lot nu tegen het oosten viel op Salemja; maar voor zijn zoon Zecharja, die een verstandig raadsman was, wierp men de loten, en zijn lot is uitgekomen tegen het noorden;
2 Kron 31:14
14En Kore, de zoon van Jimna, de Leviet, de poortier tegen het oosten, was over de vrijwillige gaven Gods, om het hefoffer des HEEREN en het allerheiligste uit te delen.
Neh 3:29
29Daarna verbeterde Zadok, de zoon van Immer, tegenover zijn huis. En na hem verbeterde Semaja, de zoon van Sechanja, de bewaarder van de Oostpoort.
Ez 11:1
1Toen hief mij de Geest op, en bracht mij tot de Oostpoort van het huis des HEEREN, dewelke ziet oostwaarts; en ziet, aan de deur der poort waren vijf en twintig mannen, en in het midden van hen zag ik Jaazanja, den zoon van Azzur, en Pelatja, den zoon van Benaja, vorsten des volks.