Nob

Nederzetting Wikidata

Omschrijving

Een priesterstad in Benjamin, ten noorden van Jeruzalem. David vluchtte naar de priester Achimelech in Nob, die hem het toonbrood gaf en het zwaard van Goliath (1 Samuël 21:1-9). Doëg de Edomiet verried dit aan Saul, waarna Saul alle priesters van Nob liet ombrengen — vijfentachtig mannen die de linnen efod droegen. De hele stad werd met de ban geslagen (1 Samuël 22:9-19). Alleen Abjathar ontsnapte en vluchtte naar David. Jesaja vermeldt Nob als laatste halteplaats van de Assyrische opmars naar Jeruzalem (Jesaja 10:32).

Kaart

Personen

Historische gebeurtenissen

Bijbelverzen

1 Sam 21:1
1Toen kwam David te Nob, tot den priester Achimelech; en Achimelech kwam bevende David tegemoet, en hij zeide tot hem: Waarom zijt gij alleen, en geen man met u?
1 Sam 22:9-11
9Toen antwoordde Doeg, de Edomiet, die bij de knechten van Saul stond, en zeide: Ik zag den zoon van Isai, komende te Nob, tot Achimelech, den zoon van Ahitub; 11Toen zond de koning heen, om den priester Achimelech, den zoon van Ahitub, te roepen, en zijns vaders ganse huis, de priesters, die te Nob waren; en zij kwamen allen tot den koning.
1 Sam 22:19
19Hij sloeg ook Nob, de stad dezer priesters, met de scherpte des zwaards, van den man tot de vrouw, van de kinderen tot de zuigelingen, zelfs de ossen en ezels, en de schapen, sloeg hij met de scherpte des zwaards.
2 Sam 21:16
16En Isbi Benob, die van de kinderen van Rafa was, en het gewicht zijner spies driehonderd gewicht kopers, en hij was aangegord met een nieuw zwaard; deze dacht David te slaan.
Neh 11:32
32Anathoth, Nob, Ananja,
Jes 10:32
32Nog een dag blijft hij te Nob; hij zal zijn hand bewegen tegen den berg der dochter van Sion, den heuvel van Jeruzalem.