Omschrijving
Het Tweestromenland, de vruchtbare vlakte tussen de Eufraat en de Tigris (het huidige Irak). Abraham kwam uit Ur der Chaldeeën in Mesopotamië, en zijn dienaar reisde terug naar Mesopotamië om een vrouw voor Isaak te vinden (Genesis 24:10). Bileam kwam uit Pethor bij de Eufraat in Mesopotamië (Deuteronomium 23:4). Cusjan-Risataïm, koning van Mesopotamië, onderdrukte Israël acht jaar totdat Othniël hen bevrijdde (Richteren 3:8-10). Op de Pinksterdag waren er Joden uit Mesopotamië in Jeruzalem (Handelingen 2:9).
Kaart
Personen
Bijbelverzen
Gen 24:10
10En die knecht nam tien kemelen van zijns heren kemelen, en toog heen; en al het goed zijns heren was in zijn hand; en hij maakte zich op, en toog heen naar Mesopotamie, naar de stad van Nahor.
Deut 23:4
4Ter oorzake dat zij ulieden op den weg niet tegengekomen zijn met brood en met water, als gij uit Egypte uittoogt; en omdat hij tegen u gehuurd heeft Bileam, den zoon van Beor, van Pethor uit Mesopotamie, om u te vloeken.
Recht 3:8-10
8Toen ontstak de toorn des HEEREN tegen Israel; en Hij verkocht hen in de hand van Cuschan Rischataim, koning van Mesopotamie; en de kinderen Israels dienden Cuschan Rischataim acht jaren. 10En de Geest des HEEREN was over hem, en hij richtte Israel, en toog uit ten strijde; en de HEERE gaf Cuschan Rischataim, den koning van Syrie, in zijn hand, dat zijn hand sterk werd over Cuschan Rischataim.
1 Kron 19:6
6Toen de kinderen Ammons zagen, dat zij zich stinkende gemaakt hadden bij David, zo zond Hanun en de kinderen Ammons duizend talenten zilvers, om zich wagenen en ruiters te huren uit Mesopotamie, en uit Syrie-Maacha, en uit Zoba;
Hand 2:9
9Parthers, en Meders, en Elamieten, en de inwoners zijn van Mesopotamie, en Judea, en Cappadocie, Pontus en Azie.
Hand 7:2
2En hij zeide: Gij mannen broeders en vaders, hoort toe: de God der heerlijkheid verscheen onzen vader Abraham, nog zijnde in Mesopotamie, eer hij woonde in Charran;