Omschrijving
Een volk en gebied in het huidige Kaukasusgebied of oostelijk Turkije, afstammelingen van Mesech, zoon van Jafeth (Genesis 10:2). De psalmist klaagt: 'Wee mij, dat ik als vreemdeling in Mesech verblijf' (Psalm 120:5). Ezechiël noemt Mesech als handelspartner van Tyrus in slaven en koperwaren (Ezechiël 27:13) en profeteert over het lot van Mesech en Tubal in het dodenrijk (Ezechiël 32:26). In de eindtijdprofetie is Gog 'de vorst van Ros, Mesech en Tubal' (Ezechiël 38:2).
Kaart
Personen
Bijbelverzen
Ps 120:5
5O, wee mij, dat ik een vreemdeling ben in Mesech, dat ik in de tenten Kedars wone.
Jes 66:19
19En Ik zal een teken aan hen zetten, en uit hen, die het ontkomen zullen zijn, zal Ik zenden tot de heidenen naar Tarsis, Pul, en Lud, de boogschutters, naar Tubal en Javan, tot de ver gelegen eilanden, die Mijn gerucht niet gehoord, noch Mijn heerlijkheid gezien hebben; en zij zullen Mijn heerlijkheid onder de heidenen verkondigen.
Ez 27:13
13Javan, Tubal en Mesech waren uw kooplieden; met mensenzielen en koperen vaten dreven zij onderlingen handel met u.
Ez 32:26
26Daar is Mesech, en Tubal, met haar ganse menigte; rondom hem zijn haar graven; zij zijn allen onbesneden, verslagenen van het zwaard, omdat zij hun schrik gegeven hebben in het land der levenden.
Ez 38:2-3
2Mensenkind! zet uw aangezicht tegen Gog, het land van Magog, den hoofdvorst van Mesech en Tubal; en profeteer tegen hem, 3En zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik wil aan u, o Gog, gij hoofdvorst van Mesech en Tubal!
Ez 39:1
1Voorts, gij mensenkind! profeteer tegen Gog, en zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik wil aan u, o Gog, hoofdvorst van Mesech en Tubal!