Omschrijving
Een groot eiland in de Middellandse Zee, ten zuiden van de Egeïsche Zee. Het schip waarop Paulus als gevangene naar Rome werd vervoerd, voer langs de kust van Kreta en bereikte de haven Schone Havens nabij Lasea (Handelingen 27:7-8). Door het slechte jaargetijde adviseerde Paulus om te blijven, maar de schipper voer verder, waarna het schip in een zware storm terechtkwam (Handelingen 27:13-20). Paulus liet Titus op Kreta achter om de gemeenten te organiseren en oudsten aan te stellen (Titus 1:5).
Kaart
Bijbelverzen
Zef 2:5
5Wee den inwonenden van de landstreek der zee, den volken der Cheretim! Het woord des HEEREN zal tegen ulieden zijn, gij Kanaan, der Filistijnen land! en Ik zal u verdoen, dat er geen inwoner zal zijn.
Hand 27:7-8
7En als wij vele dagen langzaam voortvoeren, en nauwelijks tegenover Knidus gekomen waren, overmits het ons de wind niet toeliet, zo voeren wij onder Kreta heen, tegenover Salmone. 8En hetzelve nauwelijks voorbij zeilende, kwamen wij in een zekere plaats genaamd Schonehavens, waar de stad Lasea nabij was.
Hand 27:12-14
12En alzo de haven ongelegen was om te overwinteren, vond het meerder deel geraden ook van daar te varen, of zij enigszins te Fenix konden aankomen om te overwinteren, zijnde een haven in Kreta, strekkende tegen het zuidwesten en tegen het noordwesten. 13En alzo de zuidenwind zachtelijk waaide, meenden zij hun voornemen verkregen te hebben, en afgevaren zijnde, zeilden zij dicht voorbij Kreta henen. 14Maar niet lang daarna, sloeg tegen hetzelve een stormwind, genaamd Euroklydon.
Hand 27:21
21En als men langen tijd zonder eten geweest was, toen stond Paulus op in het midden van hen, en zeide: O mannen, men behoorde mij wel gehoor gegeven te hebben, en van Kreta niet afgevaren te zijn, en dezen hinder en deze schade verhoed te hebben;
Tit 1:5
5Om die oorzaak heb ik u te Kreta gelaten, opdat gij, hetgeen nog ontbrak, voorts zoudt te recht brengen, en dat gij van stad tot stad zoudt ouderlingen stellen, gelijk ik u bevolen heb:
Tit 1:12
12Een uit hen, zijnde hun eigen profeet, heeft gezegd: De Kretensen zijn altijd leugenachtig, kwade beesten, luie buiken.