Omschrijving
Het nomadische volk en gebied van de Kedarenen, nakomelingen van Kedar, de tweede zoon van Ismaël (Genesis 25:13). Kedar was beroemd om zijn zwarte tenten — de bruid in Hooglied vergelijkt zichzelf met 'de tenten van Kedar' (Hooglied 1:5). Jesaja profeteert over het oordeel over Kedar: 'Binnen een jaar zal heel de heerlijkheid van Kedar ten einde zijn' (Jesaja 21:16-17). De Kedarenen waren machtige boogschutters en handelaren. Jeremia profeteert dat Nebukadnezar Kedar zal verslaan (Jeremia 49:28-29).
Kaart
Personen
Profetieën
Bijbelverzen
Ps 120:5
5O, wee mij, dat ik een vreemdeling ben in Mesech, dat ik in de tenten Kedars wone.
Hoogl 1:5
5Ik ben zwart, doch liefelijk (gij dochteren van Jeruzalem!), gelijk de tenten van Kedar, gelijk de gordijnen van Salomo.
Jes 21:16-17
16Want alzo heeft de HEERE tot mij gezegd: Nog binnen een jaar, gelijk de jaren eens dagloners zijn, zo zal de heerlijkheid van Kedar ten ondergaan. 17En het overgebleven getal der schutters, de helden der Kedarenen, zullen minder worden, want de HEERE, de God Israels, heeft het gesproken.
Jes 42:11
11Laat de woestijn en haar steden de stem verheffen, met de dorpen, die Kedar bewoont; laat hen juichen, die in de rotsstenen wonen, en van den top der bergen af schreeuwen.
Jes 60:7
7Al de schapen van Kedar zullen tot u verzameld worden; de rammen van Nebajoth zullen u dienen; zij zullen met welgevallen komen op Mijn altaar, en Ik zal het huis Mijner heerlijkheid heerlijk maken.
Jer 2:10
10Want, gaat over in de eilanden der Chitteers, en ziet toe, en zendt naar Kedar, en merkt er wel op; en ziet, of diesgelijks geschied zij?
Jer 49:28
28Tegen Kedar, en tegen de koninkrijken van Hazor, die Nebukadrezar, de koning van Babel, sloeg, zegt de HEERE alzo: Maakt u op, trekt op tegen Kedar, en verstoort de kinderen van het oosten.
Ez 27:21
21Arabie en alle vorsten van Kedar waren de kooplieden uwer hand; met lammeren, en rammen, en bokken, daarmede handelden zij met u.