Kades-Barnea

Nederzetting

Omschrijving

Heilig; ook Kades-Barnea, heilige woestijn van omzwerving. Een plaats aan de zuidoostelijke grens van Palestina, ongeveer 265 km van Horeb. Het lag in de woestijn van Zin (Genesis 14:7; Numeri 13:3-26; 14:29-33; 20:1; 27:14), aan de grens van Edom (Numeri 20:16). Vanuit deze plaats zond Mozes op verzoek van het volk twaalf verspieders uit om het land te verkennen. Na onderzoek brachten de verspieders een slecht verslag uit; alleen Jozua en Kaleb gaven een gunstig rapport (Numeri 13:18-31). Het volk gaf alle hoop op het Beloofde Land op. Vanwege hun ongeloof werden ze door God veroordeeld om achtendertig jaar in de woestijn rond te zwerven. Ze vertrokken vanuit Kades naar de woestijn van Paran, 'langs de weg van de Rode Zee' (Deuteronomium 2:1). Aan het einde van deze jaren werden de stammen opnieuw bij Kades verzameld. Hier stierf Mirjam. Het volk morde om water, en Mozes sloeg in zijn ergernis tweemaal op de rots in plaats van ertegen te spreken zoals God had geboden (vgl. Numeri 27:14; Deuteronomium 9:23; Psalm 106:32-33). Daarom mochten noch Mozes, noch Aaron het Beloofde Land betreden (Numeri 20:12, 24). De koning van Edom weigerde hen doorgang, waarna ze oostwaarts trokken naar de berg Hor (Numeri 20:22). Deze plaats is geidentificeerd met Ain el-Kadeis, ongeveer 19 km ten oostzuidoosten van Berseba.

Kaart

Bijbelverzen

Num 32:8
8Zo deden uw vaders, als ik hen van Kades-Barnea zond, om dit land te bezien.
Num 34:4
4En deze landpale zal u omgaan van het zuiden naar den opgang van Akrabbim, en doorgaan naar Zin; en haar uitgangen zullen zijn, van het zuiden naar Kades-Barnea; en zij zal uitgaan naar Hazar-Addar, en doorgaan naar Azmon.
Deut 1:2
2Elf dag reizen zijn het van Horeb, door den weg van het gebergte Seir, tot aan Kades-Barnea.
Deut 1:19
19Toen vertogen wij van Horeb, en doorwandelden die gans grote en vreselijke woestijn, die gij gezien hebt, op den weg van het gebergte der Amorieten, gelijk de HEERE, onze God, ons geboden had; en wij kwamen tot Kades-Barnea.
Deut 2:14
14De dagen nu, die wij gewandeld hebben van Kades-Barnea, totdat wij over de beek Zered getogen zijn, waren acht en dertig jaren; totdat het ganse geslacht der krijgslieden uit het midden der heirlegers verteerd was, gelijk de HEERE hun gezworen had.
Deut 9:23
23Voorts als de HEERE ulieden zond uit dat land, dat Ik u gegeven heb; zo waart gij den mond des HEEREN, uws Gods, wederspannig, en geloofdet Hem niet, en waart Zijn stem niet gehoorzaam.
Joz 10:41
41En Jozua sloeg hen van Kades-Barnea en tot Gaza toe; ook het ganse land Gosen, en tot Gibeon toe.
Joz 14:6-7
6Toen naderden de kinderen van Juda tot Jozua, te Gilgal, en Kaleb, de zoon van Jefunne, de Keneziet, zeide tot hem: Gij weet het woord, dat de HEERE tot Mozes, den man Gods, gesproken heeft te Kades-Barnea, ter oorzake van mij, en ter oorzake van u. 7Ik was veertig jaren oud, toen Mozes, de knecht des HEEREN, mij uitgezonden heeft van Kades-Barnea, om het land te verspieden, en ik hem antwoord bracht, gelijk als het in mijn hart was.
Joz 15:3
3En zij gaat uit naar het zuiden tot den opgang van Akrabbim, en gaat door naar Zin, en gaat op van het zuiden naar Kades-Barnea, en gaat door Hezron, en gaat op naar Adar, en gaat om Karkaa;