Omschrijving
Een stad en omliggend gebied ten oosten van de Jordaan, in het stamgebied van Gad. Mozes zond verspieders naar Jazer en zij veroverden het omliggende gebied (Numeri 21:32). Het land van Jazer was uitstekend weideland (Numeri 32:1). Onder David werd het gebied geregistreerd (2 Samuël 24:5). Jesaja en Jeremia noemen Jazer in profetieën over Moab.
Kaart
Personen
Bijbelverzen
Num 21:24
24Maar Israel sloeg hem met de scherpte des zwaards, en nam zijn land in erfelijke bezitting, van de Arnon af tot de Jabbok toe, tot aan de kinderen Ammons; want de landpale der kinderen Ammons was vast.
Num 21:32
32Daarna zond Mozes om Jaezer te verspieden; en zij namen haar onderhorige plaatsen in; en hij dreef de Amorieten, die er waren, uit de bezitting.
Num 32:1-3
1De kinderen van Ruben nu hadden veel vee, en de kinderen van Gad hadden machtig veel; en zij bezagen het land Jaezer, en het land van Gilead, en ziet, deze plaats was een plaats voor vee. 3Ataroth, en Dibon, en Jaezer, en Nimra, en Hesbon, en Eleale, en Schebam, en Nebo, en Behon;
Num 32:35
35En Atroth-Sofan, en Jaezer, en Jogbeha,
Joz 13:25
25Dat hun landpale was Jaezer, en al de steden van Gilead, en het halve land der kinderen Ammons, tot Aroer toe, die voor aan Rabba is;
Joz 21:39
39Hesbon en haar voorsteden, Jaezer en haar voorsteden: al die steden zijn vier.
2 Sam 24:5
5En zij gingen over de Jordaan, en legerden zich bij Aroer, ter rechterhand der stad, die in het midden is van de beek van Gad, en aan Jaezer.
1 Kron 6:81
81En Hesbon en haar voorsteden, en Jaezer en haar voorsteden.
1 Kron 26:31
31Van de Hebronieten was Jeria het hoofd, van de Hebronieten zijner geslachten onder de vaderen; in het veertigste jaar des koninkrijks van David zijn er gezocht en onder hen gevonden kloeke helden in Jaezer in Gilead.
Jes 16:8-9
8Want de velden van Hesbon zijn verflauwd, ook de wijnstok van Sibma, de heren der heidenen hebben zijn uitgelezen planten verpletterd; zij reiken tot Jaezer toe, zij dwalen door de woestijn; hun scheuten zijn uitgespreid, zij zijn gegaan over zee. 9Daarom beween ik, in de wening over Jaezer, den wijnstok van Sibma, ik maak u doornat met mijn tranen, o Hesbon en Eleale! want het vreugdegeschrei over uw zomervruchten en over uw oogst is gevallen;
Jer 48:32
32Boven het geween van Jaezer zal Ik u bewenen, gij wijnstok van Sibma! uw wijnranken zijn over zee gegaan, zij hebben gereikt tot aan Jaezers zee; maar de verstoorder is gevallen op uw zomervruchten en op uw wijnoogst;