Harim
NederzettingOmschrijving
Een stad of familie waarvan leden terugkeerden uit de Babylonische ballingschap. Zowel leken (320 personen, Ezra 2:32) als priesters (1.017 personen, Ezra 2:39) met de naam Harim worden genoemd onder de teruggekeerden. Sommigen hadden buitenlandse vrouwen gehuwd die zij moesten wegzenden (Ezra 10:31).
Kaart
Personen
Reizen
Bijbelverzen
Ezra 2:32
32De kinderen van Harim, driehonderd en twintig.
Ezra 2:39
39De kinderen van Harim, duizend en zeventien.
Ezra 10:31
31En van de kinderen van Harim: Eliezer, Jissia, Malchia, Semaja, Simeon,
Neh 3:11
11De andere mate verbeterden Malchia, de zoon van Harim, en Hassub, de zoon van Pahath-Moab; daartoe den Bakoventoren.
Neh 7:35
35De kinderen van Harim, driehonderd en twintig;
Neh 7:42
42De kinderen van Harim, duizend en zeventien;
Neh 10:27
27Malluch, Harim, Baana.