Omschrijving
Oorspronkelijk bestond Griekenland uit de vier provincies Macedonië, Epirus, Achaje en de Peloponnesos. In Handelingen 20:2 wordt alleen de Romeinse provincie Macedonië bedoeld. Griekenland werd in 146 v.Chr. door de Romeinen veroverd en werd in 1831 een onafhankelijk koninkrijk. Mozes vermeldt Griekenland onder de naam Javan (Genesis 10:2-5); deze naam komt pas weer voor in het Oude Testament ten tijde van Joël (3:6), toen Grieken en Hebreeën voor het eerst in contact kwamen op de Tyrische slavenmarkt. Een profetische verwijzing naar Griekenland staat in Daniël 8:21. De steden van Griekenland waren bij uitstek het toneel van de arbeid van de apostel Paulus.
Kaart
Personen
Historische gebeurtenissen
Profetieën
Reizen
Bijbelverzen
Dan 8:21
21Die harige bok nu, is de koning van Griekenland; en de grote hoorn, welke tussen zijn ogen is, is de eerste koning.
Dan 10:20
20Toen zeide Hij: Weet gij, waarom dat Ik tot u gekomen ben? Doch nu zal Ik wederkeren om te strijden tegen den vorst der Perzen; en als Ik zal uitgegaan zijn, ziet, zo zal de vorst van Griekenland komen.
Dan 11:2
2En nu, ik zal u de waarheid te kennen geven; ziet, er zullen nog drie koningen in Perzie staan, en de vierde zal verrijkt worden met grote rijkdom, meer dan al de anderen; en nadat hij zich in zijn rijkdom zal versterkt hebben, zal hij ze allen verwekken tegen het koninkrijk van Griekenland.
Zach 9:13
13Als Ik Mij Juda zal gespannen, en Ik Efraim den boog zal gevuld hebben; en Ik uw kinderen, o Sion! zal verwekt hebben tegen uw kinderen, o Griekenland! en u gesteld zal hebben als het zwaard van een held.
Hand 16:9
9En van Paulus werd in den nacht een gezicht gezien: er was een Macedonisch man staande, die hem bad en zeide: Kom over in Macedonie, en help ons.
Hand 20:2
2En als hij die delen doorgereisd, en hen met vele redenen vermaand had, kwam hij in Griekenland.
1 Tess 1:7
7Alzo dat gij voorbeelden geworden zijt al den gelovigen in Macedonie en Achaje.