Dal van Gerar
DalOmschrijving
Een dal bij de stad Gerar in de Negev, waar Isaak zich vestigde nadat koning Abimelech hem had weggestuurd. Isaak groef hier de putten van zijn vader Abraham opnieuw open en groef ook nieuwe putten, wat tot conflicten leidde met de herders van Gerar (Genesis 26:17-22).
Kaart
Historische gebeurtenissen
Bijbelverzen
Gen 10:19
19En de landpale der Kanaanieten was van Sidon, daar gij gaat naar Gerar tot Gaza toe; daar gij gaat naar Sodom en Gomorra, en Adama, en Zoboim, tot Lasa toe.
Gen 20:1-2
1En Abraham reisde van daar naar het land van het zuiden, en woonde tussen Kades en tussen Sur; en hij verkeerde als vreemdeling te Gerar. 2Als nu Abraham van Sara, zijn huisvrouw, gezegd had: Zij is mijn zuster, zo zond Abimelech, de koning van Gerar, en nam Sara weg.
Gen 26:1
1En er was honger in dat land, behalve den eerste honger, die in de dagen van Abraham geweest was; daarom toog Izak tot Abimelech, de koning der Filistijnen, naar Gerar.
Gen 26:6
6Alzo woonde Izak te Gerar.
Gen 26:17-20
17Toen toog Izak van daar, en hij legerde zich in het dal van Gerar, en woonde aldaar. 19De knechten van Izak dan groeven in dat dal, en zij vonden aldaar een put van levend water. 20En de herders van Gerar twistten met Izaks herders, zeggende: Dit water hoort ons toe! Daarom noemde hij de naam van die put Esek, omdat zij met hem gekeven hadden.
Gen 26:26
26En Abimelech trok tot hem van Gerar, met Ahuzzat, zijn vriend, en Pichol, zijn krijgsoverste.
2 Kron 14:13-14
13Asa nu en het volk, dat met hem was, jaagden hen na tot Gerar toe; en zo velen vielen er van de Moren, dat er voor hen geen hervatting was; want zij waren verbroken voor den HEERE en voor Zijn leger; en zij droegen zeer veel roofs daarvan. 14En zij sloegen alle steden rondom Gerar; want de verschrikking des HEEREN was over hen; en zij beroofden al de steden, omdat veel roofs in dezelve was.