Omschrijving
Een stad en dal oorspronkelijk toegewezen aan de stam Dan, die de Amorieten er echter niet uit kon verdrijven (Richteren 1:35). Het was een van de Levitische steden gegeven aan de Kohathieten (1 Kronieken 6:69). Het lag niet ver van Beth-Semes (2 Kronieken 28:18) en vormde de grens tussen de koninkrijken Juda en Israël; het wordt vaak in de Joodse geschiedenis vermeld (2 Kronieken 11:10; 1 Samuël 14:31; 1 Kronieken 8:13). Met betrekking tot het dal dat naar de stad is vernoemd, sprak Jozua het beroemde bevel: 'Zon, sta stil te Gibeon; en gij, maan, in het dal van Ajalon' (Jozua 10:12). Het is geïdentificeerd als het huidige Yalo, aan de voet van de Beth-Horonpas.
Kaart
Historische gebeurtenissen
Profetieën
Bijbelverzen
Joz 10:12
12Toen sprak Jozua tot den HEERE, ten dage als de HEERE de Amorieten voor het aangezicht de kinderen Israels overgaf, en zeide voor de ogen der Israelieten: Zon, sta stil te Gibeon, en gij, maan, in het dal van Ajalon!