Dal van Achor
DalOmschrijving
Moeite, een dal nabij Jericho, zo genoemd vanwege de moeite die de zonde van Achan Israël bezorgde (Jozua 7:24, 26). De uitdrukking 'dal van Achor' werd waarschijnlijk spreekwoordelijk voor dat wat moeite veroorzaakt. Wanneer Jesaja (65:10) ernaar verwijst, gebruikt hij het in deze zin: 'Het dal van Achor, een ligplaats voor runderen'; dat wil zeggen, wat een bron van rampspoed was, zou een bron van zegen worden. Ook Hosea (2:15) gebruikt de uitdrukking zo: 'Het dal van Achor tot een deur van hoop'; dat wil zeggen, moeite zou in vreugde veranderen, wanhoop in hoop. Dit dal is geïdentificeerd met de Wadi Kelt.
Kaart
Bijbelverzen
Joz 7:24-26
24Toen nam Jozua, en gans Israel met hem, Achan, den zoon van Zerah, en het zilver, en het sierlijk overkleed, en de gouden tong, en zijn zonen, en zijn dochteren, en zijn ossen, en zijn ezelen, en zijn vee, en zijn tent, en alles wat hij had; en zij voerden ze naar het dal Achor. 26En zij richtten over hem een groten steenhoop, zijnde tot op dezen dag. Alzo keerde Zich de HEERE van de hittigheid Zijns toorns. Daarom noemde men den naam dier plaats het dal van Achor, tot dezen dag toe.
Joz 15:7
7Verder zal deze landpale opgaan naar Debir, van het dal van Achor, en zal noordwaarts zien naar Gilgal, hetwelk tegen den opgang van Adummim is, die aan het zuiden der beek is. Daarna zal deze landpale doorgaan tot het water van En-semes, en haar uitgangen zullen wezen te En-rogel.
Jes 65:10
10En Saron zal tot een schaapskooi worden, en het dal van Achor tot een runderleger, voor Mijn volk, dat Mij gezocht heeft.
Hos 2:15
15 En Ik zal haar geven haar wijngaarden van daar af, en het dal Achor, tot een deur der hoop; en aldaar zal zij zingen, als in de dagen harer jeugd, en als ten dage, toen zij optoog uit Egypteland.