Huis van de holte, of van de grot, de naam van twee steden (2 Kronieken 8:5; 1 Kronieken 7:24) in het grondgebied van Efraïm, op de weg van Jeruzalem naar Joppe. Ze worden onderscheiden als Boven-Bet-Horon en Neder-Bet-Horon. Ze liggen ongeveer 3 km van elkaar, de eerste op ongeveer 16 km ten noordwesten van Jeruzalem. Tussen de twee plaatsen lag de op- en afgang van Bet-Horon, leidend van Gibeon naar de westelijke vlakte (Jozua 10:10-11; 18:13-14), waarlangs de vijf Amoritische koningen door Jozua werden verdreven in die grote slag. De HEER greep in ten gunste van Israël met een verschrikkelijke hagelstorm, die meer doden onder de Kanaänieten veroorzaakte dan de zwaarden der Israëlieten. Bet-Horon werd door Sisak ingenomen rond 945 v.Chr., en de pas was het toneel van een overwinning van Judas Makkabeüs. De huidige naam is Beit-Ur.
Kaart
Bijbelverzen
Joz 10:10-11
10En de HEERE verschrikte hen voor het aangezicht van Israel; en hij sloeg hen met een groten slag te Gibeon, en vervolgde hen op den weg, waar men naar Beth-horon opgaat, en sloeg hen tot Azeka en tot Makkeda toe. 11Het geschiedde nu, toen zij voor het aangezicht van Israel vluchtten, zijnde in den afgang van Beth-horon, zo wierp de HEERE grote stenen op hen van den hemel, tot Azeka toe, dat zij stierven; daar waren er meer, die van de hagelstenen stierven, dan die de kinderen Israels met het zwaard doodden.
Joz 16:3
3En het gaat af tegen het westen naar de landpale Jafleti, tot aan de landpale van het benedenste Beth-horon, en tot Gezer; en haar uitgangen zijn aan de zee.
Joz 18:13-14
13En van daar gaat de landpale door naar Luz, aan de zijde van Luz, welke is Beth-El, zuidwaarts; en deze landpale gaat af naar Atroth-Addar, aan den berg, die aan de zuidzijde van het benedenste Beth-Horon is. 14En die landpale strekt en keert zich om, naar den westhoek zuidwaarts van den berg, die tegenover Beth-horon zuidwaarts is, en haar uitgangen zijn aan Kirjath-Baal (welke is Kirjath-Jearim), een stad der kinderen van Juda. Dit is de hoek ten westen.
Joz 21:22
22En Kibzaim en haar voorsteden, en Beth-horon en haar voorsteden: vier steden.
1 Sam 13:18
18En een hoop keerde zich naar den weg van Beth-horon; en een hoop keerde zich naar den weg der landpale, die naar het dal Zeboim naar de woestijn uitziet.
1 Kon 9:17
17Alzo bouwde Salomo Gezer, en het lage Beth-horon.
1 Kron 6:68
68En Jokmeam en haar voorsteden, en Beth-horon en haar voorsteden,
1 Kron 7:24
24Zijn dochter nu was Seera, die bouwde het lage en het hoge Beth-horon, en Uzzen-Seera.
2 Kron 8:5
5Ook bouwde hij het hoge Beth-horon en het neder Beth-horon, vaste steden met muren, deuren en grendelen;
2 Kron 25:13
13Maar de mannen der benden, die Amazia had doen wederkeren, dat zij met hem in den strijd niet zouden trekken, die deden een inval in de steden van Juda, van Samaria af tot Beth-horon toe, en sloegen van hen drie duizend, en roofden veel roofs.