Beth Horon

Nederzetting Wikidata

Omschrijving

Een strategisch belangrijke tweelingstad (Boven- en Beneden-Beth-Horon) in een bergpas op de weg van Jeruzalem naar de kustvlakte. Jozua achtervolgde de verslagen Amorieten door de pas van Beth-Horon, terwijl God hagelstenen op hen wierp (Jozua 10:10-11). De pas was het toneel van vele veldslagen door de eeuwen heen. De stad werd als levitische stad aan Efraïm toegewezen (Jozua 21:22).

Kaart

Personen

Bijbelverzen

Joz 10:10-11
10En de HEERE verschrikte hen voor het aangezicht van Israel; en hij sloeg hen met een groten slag te Gibeon, en vervolgde hen op den weg, waar men naar Beth-horon opgaat, en sloeg hen tot Azeka en tot Makkeda toe. 11Het geschiedde nu, toen zij voor het aangezicht van Israel vluchtten, zijnde in den afgang van Beth-horon, zo wierp de HEERE grote stenen op hen van den hemel, tot Azeka toe, dat zij stierven; daar waren er meer, die van de hagelstenen stierven, dan die de kinderen Israels met het zwaard doodden.
Joz 18:14
14En die landpale strekt en keert zich om, naar den westhoek zuidwaarts van den berg, die tegenover Beth-horon zuidwaarts is, en haar uitgangen zijn aan Kirjath-Baal (welke is Kirjath-Jearim), een stad der kinderen van Juda. Dit is de hoek ten westen.
Joz 21:22
22En Kibzaim en haar voorsteden, en Beth-horon en haar voorsteden: vier steden.
1 Sam 13:18
18En een hoop keerde zich naar den weg van Beth-horon; en een hoop keerde zich naar den weg der landpale, die naar het dal Zeboim naar de woestijn uitziet.
1 Kron 6:68
68En Jokmeam en haar voorsteden, en Beth-horon en haar voorsteden,
2 Kron 25:13
13Maar de mannen der benden, die Amazia had doen wederkeren, dat zij met hem in den strijd niet zouden trekken, die deden een inval in de steden van Juda, van Samaria af tot Beth-horon toe, en sloegen van hen drie duizend, en roofden veel roofs.