Beth Aven 2
NederzettingOmschrijving
Een scheldnaam die de profeet Hosea gebruikt voor Bethel ('huis van God'), dat hij Beth-Aven ('huis van onheil' of 'huis van afgoden') noemt vanwege de kalverendienst die Jerobeam I daar had ingesteld. Hosea waarschuwt dat de kalveren van Beth-Aven naar Assyrië weggevoerd zullen worden (Hosea 10:5) en verbiedt Juda om er heen te gaan (Hosea 4:15).
Kaart
Bijbelverzen
Hos 4:15
15Zo gij, o Israel! wilt hoereren, dat immers Juda niet schuldig worde; komt gij toch niet te Gilgal, en gaat niet op naar Beth-Aven, en zweert niet: Zo waarachtig als de HEERE leeft.
Hos 5:8
8Blaast de bazuin te Gibea, de trompet te Rama; roept luide te Beth-Aven; achter u, Benjamin!
Hos 10:5-8
5De inwoners van Samaria zullen verschrikt zijn over het kalf van Beth-Aven; want zijn volk zal over hetzelve treuren, mitsgaders zijn Chemarim (die zich over hetzelve verheugden), over zijn heerlijkheid, omdat zij van hetzelve is weggevaren. 8En de hoogten van Aven, Israels zonde, zullen verdelgd worden; doornen en distelen zullen op hunlieder altaren opkomen; en zij zullen zeggen tot de bergen: Bedekt ons! en tot de heuvelen: Valt op ons!