Stefanus

Naam

Alternatieve spelling Stephen

Notities

one of the seven deacons, who became a preacher of the gospel. He was the first Christian martyr. His personal character and history are recorded in Acts 6 . "He fell asleep" with a prayer for his persecutors on his lips ( 7:60 ). Devout men carried him to his grave ( 8:2 ). It was at the feet of the young Pharisee, Saul of Tarsus, that those who stoned him laid their clothes (Compare Deuteronomy 17:5-7 ) before they began their cruel work. The scene which Saul then witnessed and the words he heard appear to have made a deep and lasting impression on his mind ( Acts 22:19 Acts 22:20 ). The speech of Stephen before the Jewish ruler is the first apology for the universalism of the gospel as a message to the Gentiles as well as the Jews. It is the longest speech contained in the Acts, a place of prominence being given to it as a defence.

Wonderen & Tekenen

Plaatsen

Bijbelverzen

Hand 6:5-9
5En dit woord behaagde aan al de menigte; en zij verkoren Stefanus, een man vol des geloofs en des Heiligen Geestes, en Filippus, en Prochorus, en Nicanor, en Timon, en Parmenas, en Nicolaus, een Jodengenoot van Antiochie; 8En Stefanus, vol van geloof en kracht, deed wonderen en grote tekenen onder het volk. 9En er stonden op sommigen, die waren van de synagoge, genaamd der Libertijnen, en der Cyreneers, en der Alexandrijnen, en dergenen, die van Cilicie en Azie waren, en twistten met Stefanus.
Hand 7:59
59En zij stenigden Stefanus, aanroepende en zeggende: Heere Jezus, ontvang mijn geest.
Hand 8:2
2En enige godvruchtige mannen droegen Stefanus te zamen ten grave en maakten groten rouw over hem.
Hand 11:19
19Degenen nu, die verstrooid waren door de verdrukking, die over Stefanus geschied was, gingen het land door tot Fenicie toe, en Cyprus, en Antiochie, tot niemand het Woord sprekende, dan alleen tot de Joden.
Hand 22:20
20En toen het bloed van Stefanus, Uw getuige, vergoten werd, dat ik daar ook bij stond, en mede een welbehagen had in zijn dood, en de klederen bewaarde dergenen, die hem doodden.