Nimrod

Naam

Betekenis naam [misschien] rebelleren of de Arrow, de machtig hero

Familie

Vader Cusch
Broers & zussen Havila Raema Sabta Seba II Sabtecha
Geboortejaar
Leeftijd
Voorouders
12
generaties
Nakomelingen

Gen 10:8-9 Staten Vertaling (SV)

8En Cusch gewon Nimrod; deze begon geweldig te zijn op de aarde.

9Hij was een geweldig jager voor het aangezicht des HEEREN; daarom wordt gezegd: Gelijk Nimrod, een geweldig jager voor het aangezicht des HEEREN.

1 Kron 1:5-27 Staten Vertaling (SV)

5De kinderen van Jafeth waren Gomer, en Magog, en Madai, en Javan, en Tubal, en Mesech, en Tiras.

6En de kinderen van Gomer waren Askenaz, en Difath, en Thogarma.

7En de kinderen van Javan waren Elisa en Tharsisa, de Chittieten en Dodanieten.

8De kinderen van Cham waren Cusch en Mitsraim, Put, en Kanaan.

9En de kinderen van Cusch waren Seba, en Havila, en Sabta, en Raema, en Sabtecha; en de kinderen van Raema waren Scheba en Dedan.

10Cusch nu gewon Nimrod; die begon geweldig te zijn op aarde.

11En Mitsraim gewon de Ludieten, en de Anamieten, en de Lehabieten, en de Naftuchieten,

12En de Pathrusieten, en de Casluchieten, (van welke de Filistijnen zijn voortgekomen) en de Cafthorieten.

13Kanaan nu gewon Sidon, zijn eerstgeborene, en Heth,

14En den Jebusiet, en den Amoriet, en den Girgasiet,

15En den Heviet, en den Arkiet, en den Siniet,

16En den Arvadiet, en den Zemariet, en den Hamathiet.

17De kinderen van Sem waren Elam, en Assur, en Arfachsad, en Lud, en Aram, en Uz, en Hul, en Gether, en Mesech.

18Arfachsad nu gewon Selah, en Selah gewon Heber.

19Aan Heber nu zijn twee zonen geboren; de naam des enen was Peleg, omdat in zijn dagen het aardrijk verdeeld is, en de naam zijns broeders was Joktan.

20En Joktan gewon Almodad, en Selef, en Hazarmaveth, en Jerah,

21En Hadoram, en Uzal, en Dikla,

22En Ebal, en Abimael, en Scheba,

23En Ofir, en Havila, en Jobab. Alle dezen waren zonen van Joktan.

24Sem, Arfachsad, Selah,

25Heber, Peleg, Rehu,

26Serug, Nahor, Terah,

27Abram; die is Abraham.

Mi 5:6 Staten Vertaling (SV)

6 Die zullen het land van Assur afweiden met het zwaard, en het land van Nimrod in deszelfs ingangen. Alzo zal Hij ons redden van Assur, wanneer dezelve in ons land zal komen, en wanneer hij in onze landpale zal treden.

Profetieën

Bijbelverzen

Gen 10:8-9
8En Cusch gewon Nimrod; deze begon geweldig te zijn op de aarde. 9Hij was een geweldig jager voor het aangezicht des HEEREN; daarom wordt gezegd: Gelijk Nimrod, een geweldig jager voor het aangezicht des HEEREN.
1 Kron 1:5-27
5De kinderen van Jafeth waren Gomer, en Magog, en Madai, en Javan, en Tubal, en Mesech, en Tiras. 6En de kinderen van Gomer waren Askenaz, en Difath, en Thogarma. 7En de kinderen van Javan waren Elisa en Tharsisa, de Chittieten en Dodanieten. 8De kinderen van Cham waren Cusch en Mitsraim, Put, en Kanaan. 9En de kinderen van Cusch waren Seba, en Havila, en Sabta, en Raema, en Sabtecha; en de kinderen van Raema waren Scheba en Dedan. 10Cusch nu gewon Nimrod; die begon geweldig te zijn op aarde. 11En Mitsraim gewon de Ludieten, en de Anamieten, en de Lehabieten, en de Naftuchieten, 12En de Pathrusieten, en de Casluchieten, (van welke de Filistijnen zijn voortgekomen) en de Cafthorieten. 13Kanaan nu gewon Sidon, zijn eerstgeborene, en Heth, 14En den Jebusiet, en den Amoriet, en den Girgasiet, 15En den Heviet, en den Arkiet, en den Siniet, 16En den Arvadiet, en den Zemariet, en den Hamathiet. 17De kinderen van Sem waren Elam, en Assur, en Arfachsad, en Lud, en Aram, en Uz, en Hul, en Gether, en Mesech. 18Arfachsad nu gewon Selah, en Selah gewon Heber. 19Aan Heber nu zijn twee zonen geboren; de naam des enen was Peleg, omdat in zijn dagen het aardrijk verdeeld is, en de naam zijns broeders was Joktan. 20En Joktan gewon Almodad, en Selef, en Hazarmaveth, en Jerah, 21En Hadoram, en Uzal, en Dikla, 22En Ebal, en Abimael, en Scheba, 23En Ofir, en Havila, en Jobab. Alle dezen waren zonen van Joktan. 24Sem, Arfachsad, Selah, 25Heber, Peleg, Rehu, 26Serug, Nahor, Terah, 27Abram; die is Abraham.
Mi 5:6
6 Die zullen het land van Assur afweiden met het zwaard, en het land van Nimrod in deszelfs ingangen. Alzo zal Hij ons redden van Assur, wanneer dezelve in ons land zal komen, en wanneer hij in onze landpale zal treden.