Merari

Naam

Betekenis naam bitter

Familie

Vader Levi
Broers & zussen Gerson Jochebed Kehath Kohath
Geboortejaar
Leeftijd
Voorouders
23
generaties
Nakomelingen
9
generaties

Gen 46:11 Staten Vertaling (SV)

11En de zonen van Levi: Gerson, Kehath en Merari.

Ex 6:16-19 Staten Vertaling (SV)

16 Dit nu zijn de namen der zonen van Levi, naar hun geboorten: Gerson, en Kehath, en Merari. En de jaren des levens van Levi waren honderd zeven en dertig jaren.

19 En de zonen van Merari: Machli en Musi; dit zijn de huisgezinnen van Levi, naar hun geboorten.

Num 3:17-20 Staten Vertaling (SV)

17Dit nu waren de zonen van Levi met hun namen: Gerson, en Kahath, en Merari.

20En de zonen van Merari, naar hun geslachten: Maheli en Musi; dit zijn de geslachten der Levieten, naar het huis hunner vaderen.

Num 3:33-36 Staten Vertaling (SV)

33Van Merari is het geslacht der Mahelieten, en het geslacht der Musieten; dit zijn de geslachten van Merari.

35De overste nu van het vaderlijke huis der geslachten van Merari zal zijn Zuriel, de zoon van Abihail; zij zullen zich legeren aan de zijde des tabernakels, noordwaarts.

36En het opzicht der wachten van de zonen van Merari zal zijn over de berderen des tabernakels, en zijn richelen, en zijn pilaren, en zijn voeten, en al zijn gereedschap, en al wat tot zijn dienst behoort;

Num 4:29 Staten Vertaling (SV)

29Aangaande de zonen van Merari, die zult gij naar hun geslachten, en naar het huis hunner vaderen tellen.

Num 4:33 Staten Vertaling (SV)

33Dit is de dienst van de geslachten der zonen van Merari, naar hun gansen dienst, in de tent der samenkomst, onder de hand van Ithamar, den zoon van Aaron, den priester.

Num 4:42-45 Staten Vertaling (SV)

42En de getelden van de geslachten der zonen van Merari, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen,

45Dezen zijn de getelden van de geslachten der zonen van Merari, welke Mozes en Aaron geteld hebben, naar het bevel des HEEREN, door de hand van Mozes.

Num 7:8 Staten Vertaling (SV)

8En vier wagens en acht runderen gaf hij den zonen van Merari, naar hun dienst; onder de hand van Ithamar, den zoon van Aaron, den priester.

Num 10:17 Staten Vertaling (SV)

17Toen werd de tabernakel afgenomen, en de zonen van Gerson, en de zonen van Merari togen op, dragende den tabernakel.

Num 26:57 Staten Vertaling (SV)

57Dit zijn nu de getelden van Levi, naar hun geslachten: van Gerson het geslacht der Gersonieten; van Kohath het geslacht der Kohathieten; van Merari het geslacht der Merarieten.

Joz 21:7 Staten Vertaling (SV)

7Aan de kinderen van Merari, naar hun huisgezinnen, van den stam van Ruben, en van den stam van Gad, en van den stam van Zebulon, twaalf steden.

Joz 21:34 Staten Vertaling (SV)

34Aan de huisgezinnen nu van de kinderen van Merari, van de overige Levieten, werd gegeven van den stam van Zebulon, Jokneam en haar voorsteden, Kartha en haar voorsteden;

Joz 21:40 Staten Vertaling (SV)

40Al die steden waren van de kinderen van Merari, naar hun huisgezinnen, die nog overig waren van de huisgezinnen der Levieten; en hun lot was twaalf steden.

1 Kron 6:1 Staten Vertaling (SV)

1De kinderen van Levi waren Gerson, Kahath en Merari.

1 Kron 6:16-19 Staten Vertaling (SV)

16Zo zijn dan de kinderen van Levi: Gerson, Kahath en Merari.

19De kinderen van Merari waren Maheli en Musi. En dit zijn de huisgezinnen der Levieten, naar hun vaderen.

1 Kron 6:29 Staten Vertaling (SV)

29De kinderen van Merari waren Maheli; zijn zoon Libni; zijn zoon Simei; zijn zoon Uzza;

1 Kron 6:44-47 Staten Vertaling (SV)

44Hunne broeders nu, de kinderen van Merari, stonden aan de linker zijde, namelijk Ethan, de zoon van Kisi, den zoon van Abdi, den zoon van Malluch,

47Den zoon van Maheli, den zoon van Musi, den zoon van Merari, den zoon van Levi.

1 Kron 6:63 Staten Vertaling (SV)

63De kinderen van Merari, naar hun huisgezinnen, hadden van den stam van Ruben, en van den stam van Gad, en van den stam van Zebulon, bij het lot, twaalf steden.

1 Kron 6:77 Staten Vertaling (SV)

77De overige kinderen van Merari hadden van den stam van Zebulon: Rimmono en haar voorsteden, Thabor en haar voorsteden;

1 Kron 9:14 Staten Vertaling (SV)

14Van de Levieten nu waren Semaja, de zoon van Hasub, den zoon van Azrikam, den zoon van Hasabja, van de kinderen van Merari;

1 Kron 15:6 Staten Vertaling (SV)

6Van de kinderen van Merari was Asaja overste, en van zijn broederen waren tweehonderd en twintig.

1 Kron 15:17 Staten Vertaling (SV)

17Zo stelden dan de Levieten Heman, den zoon van Joel, en uit zijn broederen Asaf, den zoon van Berechja; en uit de zonen van Merari, hun broederen, Ethan, den zoon van Kusaja;

1 Kron 23:6 Staten Vertaling (SV)

6En David verdeelde hen in verdelingen, naar de kinderen van Levi, Gerson, Kehath en Merari.

1 Kron 23:21 Staten Vertaling (SV)

21De kinderen van Merari waren Maheli en Musi; de kinderen van Maheli waren Eleazar en Kis.

1 Kron 24:26-27 Staten Vertaling (SV)

26De kinderen van Merari waren Maheli en Musi. De kinderen van Jaazia waren Beno.

27De kinderen van Merari van Jaazia waren Beno, en Soham, en Zakkur, en Hibri.

1 Kron 26:10 Staten Vertaling (SV)

10En Hosa, uit de kinderen van Merari, had zonen; Simri was het hoofd; (alhoewel hij de eerstgeborene niet was, nochtans stelde hem zijn vader tot een hoofd).

1 Kron 26:19 Staten Vertaling (SV)

19Dit zijn de verdelingen der poortiers van de kinderen der Korahieten, en der kinderen van Merari.

2 Kron 29:12 Staten Vertaling (SV)

12Toen maakten zich de Levieten op, Mahath, de zoon van Amasai, en Joel, de zoon van Azarja, van de kinderen der Kahathieten; en van de kinderen van Merari, Kis, de zoon van Abdi, en Azarja, de zoon van Jehaleel; en van de Gersonieten, Joah, de zoon van Zimma, en Eden, de zoon van Joah;

2 Kron 34:12 Staten Vertaling (SV)

12En die mannen handelden trouwelijk in dit werk; en de bestelden over dezelve waren Jahath en Obadja, Levieten van de kinderen van Merari, mitsgaders Zacharia en Mesullam, van de kinderen der Kohathieten, om het werk voort te drijven; en die Levieten waren allen verstandig op instrumenten van muziek.

Ezra 8:19 Staten Vertaling (SV)

19En Hasabja, en met hem Jesaja, van de kinderen van Merari, met zijn broederen, en hun zonen, twintig;

Profetieën

Bijbelverzen

Gen 46:11
11En de zonen van Levi: Gerson, Kehath en Merari.
Ex 6:16-19
16 Dit nu zijn de namen der zonen van Levi, naar hun geboorten: Gerson, en Kehath, en Merari. En de jaren des levens van Levi waren honderd zeven en dertig jaren. 19 En de zonen van Merari: Machli en Musi; dit zijn de huisgezinnen van Levi, naar hun geboorten.
Num 3:17-20
17Dit nu waren de zonen van Levi met hun namen: Gerson, en Kahath, en Merari. 20En de zonen van Merari, naar hun geslachten: Maheli en Musi; dit zijn de geslachten der Levieten, naar het huis hunner vaderen.
Num 3:33-36
33Van Merari is het geslacht der Mahelieten, en het geslacht der Musieten; dit zijn de geslachten van Merari. 35De overste nu van het vaderlijke huis der geslachten van Merari zal zijn Zuriel, de zoon van Abihail; zij zullen zich legeren aan de zijde des tabernakels, noordwaarts. 36En het opzicht der wachten van de zonen van Merari zal zijn over de berderen des tabernakels, en zijn richelen, en zijn pilaren, en zijn voeten, en al zijn gereedschap, en al wat tot zijn dienst behoort;
Num 4:29
29Aangaande de zonen van Merari, die zult gij naar hun geslachten, en naar het huis hunner vaderen tellen.
Num 4:33
33Dit is de dienst van de geslachten der zonen van Merari, naar hun gansen dienst, in de tent der samenkomst, onder de hand van Ithamar, den zoon van Aaron, den priester.
Num 4:42-45
42En de getelden van de geslachten der zonen van Merari, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen, 45Dezen zijn de getelden van de geslachten der zonen van Merari, welke Mozes en Aaron geteld hebben, naar het bevel des HEEREN, door de hand van Mozes.
Num 7:8
8En vier wagens en acht runderen gaf hij den zonen van Merari, naar hun dienst; onder de hand van Ithamar, den zoon van Aaron, den priester.
Num 10:17
17Toen werd de tabernakel afgenomen, en de zonen van Gerson, en de zonen van Merari togen op, dragende den tabernakel.
Num 26:57
57Dit zijn nu de getelden van Levi, naar hun geslachten: van Gerson het geslacht der Gersonieten; van Kohath het geslacht der Kohathieten; van Merari het geslacht der Merarieten.
Joz 21:7
7Aan de kinderen van Merari, naar hun huisgezinnen, van den stam van Ruben, en van den stam van Gad, en van den stam van Zebulon, twaalf steden.
Joz 21:34
34Aan de huisgezinnen nu van de kinderen van Merari, van de overige Levieten, werd gegeven van den stam van Zebulon, Jokneam en haar voorsteden, Kartha en haar voorsteden;
Joz 21:40
40Al die steden waren van de kinderen van Merari, naar hun huisgezinnen, die nog overig waren van de huisgezinnen der Levieten; en hun lot was twaalf steden.
1 Kron 6:1
1De kinderen van Levi waren Gerson, Kahath en Merari.
1 Kron 6:16-19
16Zo zijn dan de kinderen van Levi: Gerson, Kahath en Merari. 19De kinderen van Merari waren Maheli en Musi. En dit zijn de huisgezinnen der Levieten, naar hun vaderen.
1 Kron 6:29
29De kinderen van Merari waren Maheli; zijn zoon Libni; zijn zoon Simei; zijn zoon Uzza;
1 Kron 6:44-47
44Hunne broeders nu, de kinderen van Merari, stonden aan de linker zijde, namelijk Ethan, de zoon van Kisi, den zoon van Abdi, den zoon van Malluch, 47Den zoon van Maheli, den zoon van Musi, den zoon van Merari, den zoon van Levi.
1 Kron 6:63
63De kinderen van Merari, naar hun huisgezinnen, hadden van den stam van Ruben, en van den stam van Gad, en van den stam van Zebulon, bij het lot, twaalf steden.
1 Kron 6:77
77De overige kinderen van Merari hadden van den stam van Zebulon: Rimmono en haar voorsteden, Thabor en haar voorsteden;
1 Kron 9:14
14Van de Levieten nu waren Semaja, de zoon van Hasub, den zoon van Azrikam, den zoon van Hasabja, van de kinderen van Merari;
1 Kron 15:6
6Van de kinderen van Merari was Asaja overste, en van zijn broederen waren tweehonderd en twintig.
1 Kron 15:17
17Zo stelden dan de Levieten Heman, den zoon van Joel, en uit zijn broederen Asaf, den zoon van Berechja; en uit de zonen van Merari, hun broederen, Ethan, den zoon van Kusaja;
1 Kron 23:6
6En David verdeelde hen in verdelingen, naar de kinderen van Levi, Gerson, Kehath en Merari.
1 Kron 23:21
21De kinderen van Merari waren Maheli en Musi; de kinderen van Maheli waren Eleazar en Kis.
1 Kron 24:26-27
26De kinderen van Merari waren Maheli en Musi. De kinderen van Jaazia waren Beno. 27De kinderen van Merari van Jaazia waren Beno, en Soham, en Zakkur, en Hibri.
1 Kron 26:10
10En Hosa, uit de kinderen van Merari, had zonen; Simri was het hoofd; (alhoewel hij de eerstgeborene niet was, nochtans stelde hem zijn vader tot een hoofd).
1 Kron 26:19
19Dit zijn de verdelingen der poortiers van de kinderen der Korahieten, en der kinderen van Merari.
2 Kron 29:12
12Toen maakten zich de Levieten op, Mahath, de zoon van Amasai, en Joel, de zoon van Azarja, van de kinderen der Kahathieten; en van de kinderen van Merari, Kis, de zoon van Abdi, en Azarja, de zoon van Jehaleel; en van de Gersonieten, Joah, de zoon van Zimma, en Eden, de zoon van Joah;
2 Kron 34:12
12En die mannen handelden trouwelijk in dit werk; en de bestelden over dezelve waren Jahath en Obadja, Levieten van de kinderen van Merari, mitsgaders Zacharia en Mesullam, van de kinderen der Kohathieten, om het werk voort te drijven; en die Levieten waren allen verstandig op instrumenten van muziek.
Ezra 8:19
19En Hasabja, en met hem Jesaja, van de kinderen van Merari, met zijn broederen, en hun zonen, twintig;