Malchiah
1 Kron 6:40 Staten Vertaling (SV)
40Den zoon van Michael, den zoon van Baeseja, den zoon van Malchija,
Ezra 10:25 Staten Vertaling (SV)
25En van Israel: van de kinderen van Paros: Ramja, en Jezia, en Malchia, en Mijamim, en Eleazar, en Malchia, en Benaja.
Ezra 10:31 Staten Vertaling (SV)
31En van de kinderen van Harim: Eliezer, Jissia, Malchia, Semaja, Simeon,
Neh 3:14 Staten Vertaling (SV)
14De Mistpoort nu verbeterde Malchia, de zoon van Rechab, overste van het deel Beth-Cherem; hij bouwde ze, en richtte haar deuren op, met haar sloten en haar grendelen.
Neh 3:31 Staten Vertaling (SV)
31Na hem verbeterde Malchia, de zoon eens goudsmids, tot aan het huis der Nethinim en der kruideniers, tegenover de poort van Mifkad, en tot de opperzaal van het punt.
Neh 8:4 Staten Vertaling (SV)
4En hij las daarin voor de straat, die voor de Waterpoort is, van het morgen licht aan tot op den middag, voor de mannen en vrouwen, en de verstandigen; en de oren des gansen volks waren naar het wetboek.
Jer 21:1 Staten Vertaling (SV)
1Het woord, dat van den HEERE geschied is tot Jeremia, als koning Zekekia tot hem zond Pashur, den zoon van Malchia, en Zefanja, den zoon van Maaseja, den priester, zeggende:
Jer 38:1 Staten Vertaling (SV)
1Als Sefatja, de zoon van Matthan, en Gedalia, de zoon van Pashur, en Juchal, de zoon van Selemja, en Pashur, de zoon van Malchia, de woorden hoorden, die Jeremia tot al het volk sprak, zeggende:
Jer 38:6 Staten Vertaling (SV)
6Toen namen zij Jeremia en wierpen hem in den kuil van Malchia, den zoon van Hammelech, die in het voorhof der bewaring was, en zij lieten Jeremia af met zelen; in den kuil nu was geen water, maar slijk; en Jeremia zonk in het slijk.