Kohath
Gen 46:11 Staten Vertaling (SV)
11En de zonen van Levi: Gerson, Kehath en Merari.
Ex 6:16-18 Staten Vertaling (SV)
16 Dit nu zijn de namen der zonen van Levi, naar hun geboorten: Gerson, en Kehath, en Merari. En de jaren des levens van Levi waren honderd zeven en dertig jaren.
18 En de zonen van Kehath: Amram, en Jizhar, en Hebron, en Uzziel, en de jaren des levens van Kehath waren honderd drie en dertig jaren.
Num 3:17-19 Staten Vertaling (SV)
17Dit nu waren de zonen van Levi met hun namen: Gerson, en Kahath, en Merari.
19En de zonen van Kahath, naar hun geslachten; Amram en Izhar, Hebron en Uzziel.
Num 3:27-29 Staten Vertaling (SV)
27En van Kahath is het geslacht der Amramieten, en het geslacht der Izharieten, en het geslacht der Hebronieten, en het geslacht der Uzzielieten; dit zijn de geslachten der Kahathieten.
29De geslachten der zonen van Kahath zullen zich legeren aan de zijde des tabernakels, zuidwaarts.
Num 4:2-4 Staten Vertaling (SV)
2Neemt op de som der zonen van Kahath, uit het midden der zonen van Levi, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen.
4Dit zal de dienst zijn der zonen van Kahath, in de tent der samenkomst, te weten de heiligheid der heiligheden.
Num 4:15 Staten Vertaling (SV)
15Als nu Aaron en zijn zonen, het dekken van het heiligdom, en van alle gereedschap des heiligdoms, in het optrekken des legers, zullen voleind hebben, zo zullen daarna de zonen van Kahath komen om te dragen; maar zij zullen dat heilige niet aanroeren, dat zij niet sterven. Dit is de last der zonen van Kahath, in de tent der samenkomst.
Num 7:9 Staten Vertaling (SV)
9Maar de zonen van Kohath gaf hij niet; want de dienst der heilige dingen was op hen, die zij op de schouderen droegen.
Num 16:1 Staten Vertaling (SV)
1Korach nu, de zoon van Jizhar, zoon van Kohath, zoon van Levi, nam tot zich zo Dathan als Abiram, zonen van Eliab, en On, den zoon van Peleth, zonen van Ruben.
Num 26:57-58 Staten Vertaling (SV)
57Dit zijn nu de getelden van Levi, naar hun geslachten: van Gerson het geslacht der Gersonieten; van Kohath het geslacht der Kohathieten; van Merari het geslacht der Merarieten.
58Dit zijn de geslachten van Levi: het geslacht der Libnieten, het geslacht der Hebronieten, het geslacht der Machlieten, het geslacht der Muzieten, het geslacht der Korachieten. En Kohath gewon Amram.
Joz 21:5 Staten Vertaling (SV)
5En aan de overgebleven kinderen van Kahath vielen, bij het lot, van de huisgezinnen van den stam van Efraim, en van den stam van Dan, en van den halven stam van Manasse, tien steden.
Joz 21:20 Staten Vertaling (SV)
20De huisgezinnen nu der kinderen van Kahath, de Levieten, die overgebleven waren van de kinderen van Kahath, die hadden de steden huns lots van den stam van Efraim.
Joz 21:26 Staten Vertaling (SV)
26Al de steden voor de huisgezinnen van de overige kinderen van Kahath zijn tien, met haar voorsteden.
1 Kron 6:1-2 Staten Vertaling (SV)
1De kinderen van Levi waren Gerson, Kahath en Merari.
2De kinderen van Kahath nu waren Amram, Jizhar, en Hebron, en Uzziel.
1 Kron 6:16-18 Staten Vertaling (SV)
16Zo zijn dan de kinderen van Levi: Gerson, Kahath en Merari.
18En de kinderen van Kahath waren Amram, en Jizhar, en Hebron, en Uzziel.
1 Kron 6:22 Staten Vertaling (SV)
22De kinderen van Kahath waren: zijn zoon Amminadab; zijn zoon Korah; zijn zoon Assir;
1 Kron 6:38 Staten Vertaling (SV)
38Den zoon van Jizhar, den zoon van Kahath, den zoon van Levi, den zoon van Israel.
1 Kron 6:61 Staten Vertaling (SV)
61Maar de kinderen van Kahath, die overgebleven waren, hadden van het huisgezin van den stam, uit den halven stam van half Manasse, bij het lot, tien steden.
1 Kron 6:66 Staten Vertaling (SV)
66Aan de overigen nu, uit de huisgezinnen der kinderen van Kahath, dien gewerden steden hunner landpale, van den stam van Efraim.
1 Kron 6:70 Staten Vertaling (SV)
70En uit den halven stam van Manasse: Aner en haar voorsteden, en Bileam en haar voorsteden. De huisgezinnen der overige kinderen van Kahath hadden deze steden:
1 Kron 9:32 Staten Vertaling (SV)
32En uit de kinderen der Kahathieten, uit hun broederen, waren enigen over de broden der toerichting, om die alle sabbatten te bereiden.
1 Kron 15:5 Staten Vertaling (SV)
5Van de kinderen van Kehath was Uriel overste, en van zijn broederen waren honderd en twintig.
1 Kron 23:6 Staten Vertaling (SV)
6En David verdeelde hen in verdelingen, naar de kinderen van Levi, Gerson, Kehath en Merari.
1 Kron 23:12 Staten Vertaling (SV)
12De kinderen van Kehath waren Amram, Jizhar, Hebron en Uzziel; vier.