Kehath

Naam

Alternatieve spelling Kahath
Betekenis naam vergadering

Familie

Vader Levi
Broers & zussen Gerson Jochebed Kohath Merari
Geboortejaar
Leeftijd
133
jaar
Voorouders
23
generaties
Nakomelingen
20
generaties

Notities

Zoon van Levi. Ging mee naar Egypte (Genesis 46:11, Exodus 6:18)

Profetieën

Plaatsen

Bijbelverzen

Gen 46:11
11En de zonen van Levi: Gerson, Kehath en Merari.
Ex 6:14-27
14 Dit zijn de hoofden van ieder huis hunner vaderen: de zonen van Ruben, den eerstgeborene van Israel, zijn Hanoch en Pallu, Hezron en Charmi; dit zijn de huisgezinnen van Ruben. 15 En de zonen van Simeon: Jemuel, en Jamin, en Ohad, en Jachin, en Zohar, en Saul, de zoon ener Kanaanietische; dit zijn de huisgezinnen van Simeon. 16 Dit nu zijn de namen der zonen van Levi, naar hun geboorten: Gerson, en Kehath, en Merari. En de jaren des levens van Levi waren honderd zeven en dertig jaren. 17 De zonen van Gerson: Libni en Simei, naar hun huisgezinnen. 18 En de zonen van Kehath: Amram, en Jizhar, en Hebron, en Uzziel, en de jaren des levens van Kehath waren honderd drie en dertig jaren. 19 En de zonen van Merari: Machli en Musi; dit zijn de huisgezinnen van Levi, naar hun geboorten. 20 En Amram nam Jochebed, zijn moei, zich tot een huisvrouw, en zij baarde hem Aaron en Mozes; en de jaren des levens van Amram waren honderd zeven en dertig jaren. 21 En de zonen van Jizhar: Korah, en Nefeg, en Zichri. 22 En de zonen van Uzziel: Misael, en Elzafan, en Sithri. 23 En Aaron nam zich tot een vrouw Eliseba, dochter van Amminadab, zuster van Nahesson; en zij baarde hem Nadab en Abihu, Eleazar en Ithamar. 24 En de zonen van Korah waren: Assir, en Elkana, en Abiasaf; dat zijn de huisgezinnen der Korachieten. 25 En Eleazar, de zoon van Aaron, nam voor zich een van de dochteren van Putiel tot een vrouw; en zij baarde hem Pinehas. Dit zijn de hoofden van de vaderen der Levieten, naar hun huisgezinnen. 26 Dit is Aaron en Mozes, tot welke de HEERE zeide: Leidt de kinderen Israels uit Egypteland, naar hun heiren. 27 Dezen zijn het, die tot Farao, den koning van Egypte, spraken, opdat zij de kinderen Israels uit Egypte leidden; dit is Mozes en Aaron.
Num 3:17-19
17Dit nu waren de zonen van Levi met hun namen: Gerson, en Kahath, en Merari. 19En de zonen van Kahath, naar hun geslachten; Amram en Izhar, Hebron en Uzziel.
Num 3:27-29
27En van Kahath is het geslacht der Amramieten, en het geslacht der Izharieten, en het geslacht der Hebronieten, en het geslacht der Uzzielieten; dit zijn de geslachten der Kahathieten. 29De geslachten der zonen van Kahath zullen zich legeren aan de zijde des tabernakels, zuidwaarts.
Num 4:2-4
2Neemt op de som der zonen van Kahath, uit het midden der zonen van Levi, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen. 4Dit zal de dienst zijn der zonen van Kahath, in de tent der samenkomst, te weten de heiligheid der heiligheden.
Num 4:15
15Als nu Aaron en zijn zonen, het dekken van het heiligdom, en van alle gereedschap des heiligdoms, in het optrekken des legers, zullen voleind hebben, zo zullen daarna de zonen van Kahath komen om te dragen; maar zij zullen dat heilige niet aanroeren, dat zij niet sterven. Dit is de last der zonen van Kahath, in de tent der samenkomst.
Joz 21:5
5En aan de overgebleven kinderen van Kahath vielen, bij het lot, van de huisgezinnen van den stam van Efraim, en van den stam van Dan, en van den halven stam van Manasse, tien steden.
Joz 21:20
20De huisgezinnen nu der kinderen van Kahath, de Levieten, die overgebleven waren van de kinderen van Kahath, die hadden de steden huns lots van den stam van Efraim.
Joz 21:26
26Al de steden voor de huisgezinnen van de overige kinderen van Kahath zijn tien, met haar voorsteden.
1 Kron 6:1-2
1De kinderen van Levi waren Gerson, Kahath en Merari. 2De kinderen van Kahath nu waren Amram, Jizhar, en Hebron, en Uzziel.
1 Kron 6:16-18
16Zo zijn dan de kinderen van Levi: Gerson, Kahath en Merari. 18En de kinderen van Kahath waren Amram, en Jizhar, en Hebron, en Uzziel.
1 Kron 6:22
22De kinderen van Kahath waren: zijn zoon Amminadab; zijn zoon Korah; zijn zoon Assir;
1 Kron 6:38
38Den zoon van Jizhar, den zoon van Kahath, den zoon van Levi, den zoon van Israel.
1 Kron 6:61
61Maar de kinderen van Kahath, die overgebleven waren, hadden van het huisgezin van den stam, uit den halven stam van half Manasse, bij het lot, tien steden.
1 Kron 6:66
66Aan de overigen nu, uit de huisgezinnen der kinderen van Kahath, dien gewerden steden hunner landpale, van den stam van Efraim.
1 Kron 6:70
70En uit den halven stam van Manasse: Aner en haar voorsteden, en Bileam en haar voorsteden. De huisgezinnen der overige kinderen van Kahath hadden deze steden:
1 Kron 15:5
5Van de kinderen van Kehath was Uriel overste, en van zijn broederen waren honderd en twintig.
1 Kron 23:6
6En David verdeelde hen in verdelingen, naar de kinderen van Levi, Gerson, Kehath en Merari.
1 Kron 23:12
12De kinderen van Kehath waren Amram, Jizhar, Hebron en Uzziel; vier.