Joses II

Naam

Alternatieve spelling Joseph
Betekenis naam hij zal toevoegen

Notities

son of consolation, the surname of Joses, a Levite ( Acts 4:36 ). His name stands first on the list of prophets and teachers of the church at Antioch ( 13:1 ). Luke speaks of him as a "good man" ( 11:24 ). He was born of Jewish parents of the tribe of Levi. He was a native of Cyprus, where he had a possession of land ( Acts 4:36 Acts 4:37 ), which he sold. His personal appearance is supposed to have been dignified and commanding ( Acts 14:11 Acts 14:12 ). When Paul returned to Jerusalem after his conversion, Barnabas took him and introduced him to the apostles ( 9:27 ). They had probably been companions as students in the school of Gamaliel. The prosperity of the church at Antioch led the apostles and brethren at Jerusalem to send Barnabas thither to superintend the movement. He found the work so extensive and weighty that he went to Tarsus in search of Saul to assist him. Saul returned with him to Antioch and laboured with him for a whole year ( Acts 11:25 Acts 11:26 ). The two were at the end of this period sent up to Jerusalem with the contributions the church at Antioch had made for the poorer brethren there ( 11:28-30 ). Shortly after they returned, bringing John Mark with them, they were appointed as missionaries to the heathen world, and in this capacity visited Cyprus and some of the principal cities of Asia Minor ( Acts 13:14 ). Returning from this first missionary journey to Antioch, they were again sent up to Jerusalem to consult with the church there regarding the relation of Gentiles to the church ( Acts 15:2 : Galatians 2:1 ). This matter having been settled, they returned again to Antioch, bringing the decree of the council as the rule by which Gentiles were to be admitted into the church. When about to set forth on a second missionary journey, a dispute arose between Saul and Barnabas as to the propriety of taking John Mark with them again. The dispute ended by Saul and Barnabas taking separate routes. Saul took Silas as his companion, and journeyed through Syria and Cilicia; while Barnabas took his nephew John Mark, and visited Cyprus ( Acts 15:36-41 ). Barnabas is not again mentioned by Luke in the Acts.

Profetieën

Plaatsen

Bijbelverzen

Hand 4:36
36En Joses, van de apostelen toegenaamd Barnabas (hetwelk is, overgezet zijnde, een zoon der vertroosting), een Leviet, van geboorte uit Cyprus,
Hand 9:27
27Maar Barnabas, hem tot zich nemende, leidde hem tot de apostelen, en verhaalde hun, hoe hij op den weg den Heere gezien had, en dat Hij tot hem gesproken had; en hoe hij te Damaskus vrijmoediglijk gesproken had in den Naam van Jezus.
Hand 11:22-25
22En het gerucht van hen kwam tot de oren der Gemeente, die te Jeruzalem was; en zij zonden Barnabas uit, dat hij het land doorging tot Antiochie toe. 25En Barnabas ging uit naar Tarsen, om Saulus te zoeken; en als hij hem gevonden had, bracht hij hem te Antiochie.
Hand 11:30
30Hetwelk zij ook deden, en zonden het tot de ouderlingen, door de hand van Barnabas en Saulus.
Hand 12:25
25Barnabas nu en Saulus keerden wederom van Jeruzalem, als zij den dienst volbracht hadden, medegenomen hebbende ook Johannes, die toegenaamd werd Markus.
Hand 13:1-2
1En er waren te Antiochie, in de Gemeente, die daar was, enige profeten en leraars, namelijk Barnabas, en Simeon, genaamd Niger, en Lucius van Cyrene, en Manahen, die met Herodes den viervorst opgevoed was, en Saulus. 2En als zij den Heere dienden, en vastten, zeide de Heilige Geest: Zondert Mij af beiden Barnabas en Saulus tot het werk, waartoe Ik hen geroepen heb.
Hand 13:7
7Welke was bij den stadhouder Sergius Paulus, een verstandigen man. Deze, Barnabas en Saulus tot zich geroepen hebbende, zocht zeer het Woord Gods te horen.
Hand 13:43-46
43En als de synagoge gescheiden was, volgden velen van de Joden en van de godsdienstige Jodengenoten Paulus en Barnabas; welke tot hen spraken, en hen vermaanden te blijven bij de genade Gods. 46Maar Paulus en Barnabas, vrijmoedigheid gebruikende, zeiden: Het was nodig, dat eerst tot u het Woord Gods gesproken zou worden; doch nademaal gij hetzelve verstoot, en uzelven des eeuwigen levens niet waardig oordeelt, ziet, wij keren ons tot de heidenen.
Hand 13:50
50Maar de Joden maakten op de godsdienstige en eerlijke vrouwen, en de voornaamsten van de stad, en verwekten vervolging tegen Paulus en Barnabas, en wierpen ze uit hun landpalen.
Hand 14:12-14
12En zij noemden Barnabas Jupiter, en Paulus Mercurius, omdat hij het woord voerde. 13En de priester van Jupiter, die voor hun stad was, als hij ossen en kransen aan de voorpoorten gebracht had, wilde hij offeren met de scharen. 14Maar de apostelen, Barnabas en Paulus, dat horende, scheurden hun klederen, en sprongen onder de schare, roepende,
Hand 14:20
20Doch als hem de discipelen omringd hadden, stond hij op, en kwam in de stad; en des anderen daags ging hij met Barnabas uit naar Derbe.
Hand 15:2
2Als er dan geen kleine wederstand en twisting geschiedde bij Paulus en Barnabas tegen hen, zo hebben zij geordineerd, dat Paulus en Barnabas, en enige anderen uit hen, zouden opgaan tot de apostelen en ouderlingen naar Jeruzalem, over deze vraag.
Hand 15:12
12En al de menigte zweeg stil, en zij hoorden Barnabas en Paulus verhalen, wat grote tekenen en wonderen God door hen onder de heidenen gedaan had.
Hand 15:22-25
22Toen heeft het den apostelen en den ouderlingen, met de gehele Gemeente, goed gedacht, enige mannen uit zich te verkiezen, en met Paulus en Barnabas te zenden naar Antiochie: namelijk Judas, die toegenaamd wordt Barsabas, en Silas, mannen, die voorgangers waren onder de broeders. 25Zo heeft het ons eendrachtelijk te zamen zijnde, goed gedacht, enige mannen te verkiezen, en tot u te zenden, met onze geliefden, Barnabas en Paulus.
Hand 15:35-39
35En Paulus en Barnabas onthielden zich te Antiochie, lerende en verkondigende met nog vele anderen, het Woord des Heeren. 36En na enige dagen zeide Paulus tot Barnabas: Laat ons nu wederkeren, en bezoeken onze broeders in elke stad, in welke wij het Woord des Heeren verkondigd hebben, hoe zij het hebben. 37En Barnabas ried, dat zij Johannes, die toegenaamd is Markus, zouden medenemen. 39Er ontstond dan een verbittering, alzo dat zij van elkander gescheiden zijn, en dat Barnabas Markus medenam, en naar Cyprus afscheepte;
1 Kor 9:6
6Of hebben alleen ik en Barnabas geen macht van niet te werken?
Gal 2:1
1Daarna ben ik, na veertien jaren, wederom naar Jeruzalem opgegaan met Barnabas, ook Titus medegenomen hebbende.
Gal 2:9
9En als Jakobus, en Cefas, en Johannes, die geacht waren pilaren te zijn, de genade, die mij gegeven was, bekenden, gaven zij mij en Barnabas de rechter hand der gemeenschap, opdat wij tot de heidenen, en zij tot de besnijdenis zouden gaan;
Gal 2:13
13En ook de andere Joden veinsden met hem; alzo dat ook Barnabas mede afgetrokken werd door hun veinzing.
Kol 4:10
10U groet Aristarchus, mijn medegevangene; en Markus, de neef van Barnabas, aangaande welken gij bevelen ontvangen hebt; zo hij tot u komt, ontvangt hem;