Hur

Naam

Betekenis naam [misschien] kind
Geboortejaar
Leeftijd
Voorouders
26
generaties
Nakomelingen
2
generaties

Ex 17:8-13 Staten Vertaling (SV)

8Toen kwam Amalek en streed tegen Israel in Rafidim.

9Mozes dan zeide tot Jozua: Kies ons mannen, en trek uit, strijd tegen Amalek; morgen zal ik op de hoogte des heuvels staan, en de staf Gods zal in mijn hand zijn.

10Jozua nu deed, als Mozes hem gezegd had, strijdende tegen Amalek; doch Mozes, Aaron en Hur klommen op de hoogte des heuvels.

11En het geschiedde, terwijl Mozes zijn hand ophief, zo was Israel de sterkste; maar terwijl hij zijn hand nederliet, zo was Amalek de sterkste.

12Doch de handen van Mozes werden zwaar; daarom namen zij een steen, en legden dien onder hem, dat hij daarop zat; en Aaron en Hur onderstutten zijn handen, de een op deze, en ander op de andere zijde; alzo waren zijn handen gewis, totdat de zon onderging.

13Alzo dat Jozua Amalek en zijn volk krenkte, door de scherpte des zwaards.

Ex 24:14 Staten Vertaling (SV)

14En hij zeide tot de oudsten: Blijft gij ons hier, totdat wij weder tot u komen; en ziet, Aaron en Hur zijn bij u; wie enige zaken heeft, zal tot dezelve komen.

Ex 31:2 Staten Vertaling (SV)

2Zie, Ik heb met name geroepen Bezaleel, den zoon van Uri, den zoon van Hur, van den stam van Juda.

Ex 35:30 Staten Vertaling (SV)

30Daarna zeide Mozes tot de kinderen Israels: Ziet, de HEERE heeft met name geroepen Bezaleel, den zoon van Uri, den zoon van Hur, van den stam van Juda.

Ex 38:22 Staten Vertaling (SV)

22Bezaleel nu, de zoon van Uri, den zoon van Hur, van den stam van Juda, maakte al, dat de HEERE aan Mozes geboden had.

1 Kron 2:19-20 Staten Vertaling (SV)

19Als nu Azuba gestorven was, zo nam zich Kaleb Efrath, die baarde hem Hur.

20En Hur gewon Uri, en Uri gewon Bezaleel.

1 Kron 2:50 Staten Vertaling (SV)

50Dit waren de kinderen van Kaleb, den zoon van Hur, den eerstgeborene van Efratha: Sobal, de vader van Kirjath-Jearim;

1 Kron 4:1-4 Staten Vertaling (SV)

1De kinderen van Juda waren Perez, Hezron en Charmi, en Hur, en Sobal.

4En Pnuel was de vader van Gedor, en Ezer de vader van Husah. Dit zijn de kinderen van Hur, den eerstgeborene van Efratha, den vader van Bethlehem.

2 Kron 1:5 Staten Vertaling (SV)

5Ook was het koperen altaar, dat Bezaleel, de zoon van Uri, den zoon van Hur, gemaakt had, aldaar voor den tabernakel des HEEREN; Salomo nu en de gemeente bezochten hetzelve.

Neh 3:9 Staten Vertaling (SV)

9En aan hun hand verbeterde Refaja, de zoon van Hur, overste des halven deels van Jeruzalem.

Plaatsen

Bijbelverzen

Ex 17:8-13
8Toen kwam Amalek en streed tegen Israel in Rafidim. 9Mozes dan zeide tot Jozua: Kies ons mannen, en trek uit, strijd tegen Amalek; morgen zal ik op de hoogte des heuvels staan, en de staf Gods zal in mijn hand zijn. 10Jozua nu deed, als Mozes hem gezegd had, strijdende tegen Amalek; doch Mozes, Aaron en Hur klommen op de hoogte des heuvels. 11En het geschiedde, terwijl Mozes zijn hand ophief, zo was Israel de sterkste; maar terwijl hij zijn hand nederliet, zo was Amalek de sterkste. 12Doch de handen van Mozes werden zwaar; daarom namen zij een steen, en legden dien onder hem, dat hij daarop zat; en Aaron en Hur onderstutten zijn handen, de een op deze, en ander op de andere zijde; alzo waren zijn handen gewis, totdat de zon onderging. 13Alzo dat Jozua Amalek en zijn volk krenkte, door de scherpte des zwaards.
Ex 24:14
14En hij zeide tot de oudsten: Blijft gij ons hier, totdat wij weder tot u komen; en ziet, Aaron en Hur zijn bij u; wie enige zaken heeft, zal tot dezelve komen.
Ex 31:2
2Zie, Ik heb met name geroepen Bezaleel, den zoon van Uri, den zoon van Hur, van den stam van Juda.
Ex 35:30
30Daarna zeide Mozes tot de kinderen Israels: Ziet, de HEERE heeft met name geroepen Bezaleel, den zoon van Uri, den zoon van Hur, van den stam van Juda.
Ex 38:22
22Bezaleel nu, de zoon van Uri, den zoon van Hur, van den stam van Juda, maakte al, dat de HEERE aan Mozes geboden had.
1 Kron 2:19-20
19Als nu Azuba gestorven was, zo nam zich Kaleb Efrath, die baarde hem Hur. 20En Hur gewon Uri, en Uri gewon Bezaleel.
1 Kron 2:50
50Dit waren de kinderen van Kaleb, den zoon van Hur, den eerstgeborene van Efratha: Sobal, de vader van Kirjath-Jearim;
1 Kron 4:1-4
1De kinderen van Juda waren Perez, Hezron en Charmi, en Hur, en Sobal. 4En Pnuel was de vader van Gedor, en Ezer de vader van Husah. Dit zijn de kinderen van Hur, den eerstgeborene van Efratha, den vader van Bethlehem.
2 Kron 1:5
5Ook was het koperen altaar, dat Bezaleel, de zoon van Uri, den zoon van Hur, gemaakt had, aldaar voor den tabernakel des HEEREN; Salomo nu en de gemeente bezochten hetzelve.
Neh 3:9
9En aan hun hand verbeterde Refaja, de zoon van Hur, overste des halven deels van Jeruzalem.