Gerson

Naam

Alternatieve spelling Gershon
Betekenis naam temporary resident there

Familie

Vader Levi
Broers & zussen Jochebed Kehath Kohath Merari
Kinderen Libni Simei II
Geboortejaar
Leeftijd
Voorouders
23
generaties
Nakomelingen
10
generaties

Gen 46:11 Staten Vertaling (SV)

11En de zonen van Levi: Gerson, Kehath en Merari.

Ex 6:16-17 Staten Vertaling (SV)

16 Dit nu zijn de namen der zonen van Levi, naar hun geboorten: Gerson, en Kehath, en Merari. En de jaren des levens van Levi waren honderd zeven en dertig jaren.

17 De zonen van Gerson: Libni en Simei, naar hun huisgezinnen.

Num 3:17-21 Staten Vertaling (SV)

17Dit nu waren de zonen van Levi met hun namen: Gerson, en Kahath, en Merari.

18En dit zijn de namen der zonen van Gerson, naar hun geslachten: Libni en Simei.

21Van Gerson was het geslacht der Libnieten, en het geslacht der Simeieten; dit zijn de geslachten der Gersonieten.

Num 3:25 Staten Vertaling (SV)

25En de wacht der zonen van Gerson in de tent der samenkomst zal zijn de tabernakel en de tent, haar deksel, en het deksel aan de deur van de tent der samenkomst;

Num 4:22 Staten Vertaling (SV)

22Neem ook op de som der zonen van Gerson, naar het huis hunner vaderen, naar hun geslachten.

Num 4:28 Staten Vertaling (SV)

28Dit is de dienst van de geslachten der zonen van de Gersonieten, in de tent der samenkomst; en hun wacht zal zijn onder de hand van Ithamar, den zoon van Aaron, den priester.

Num 4:38-41 Staten Vertaling (SV)

38Insgelijks de getelden der zonen van Gerson, naar hun geslachten, en naar het huis hunner vaderen;

41Dezen zijn de getelden van de geslachten der zonen van Gerson, van al wie in de tent der samenkomst diende, welke Mozes en Aaron telden, naar het bevel des HEEREN.

Num 7:7 Staten Vertaling (SV)

7Twee wagens en vier runderen gaf hij den zonen van Gerson, naar hun dienst;

Num 10:17 Staten Vertaling (SV)

17Toen werd de tabernakel afgenomen, en de zonen van Gerson, en de zonen van Merari togen op, dragende den tabernakel.

Num 26:57 Staten Vertaling (SV)

57Dit zijn nu de getelden van Levi, naar hun geslachten: van Gerson het geslacht der Gersonieten; van Kohath het geslacht der Kohathieten; van Merari het geslacht der Merarieten.

Joz 21:6 Staten Vertaling (SV)

6En aan den kinderen van Gerson, van de huisgezinnen van den stam van Issaschar, en van den stam van Aser, en van den stam van Nafthali, en van den halven stam van Manasse, in Bazan, bij het lot, dertien steden.

Joz 21:27 Staten Vertaling (SV)

27En aan de kinderen van Gerson, van de huisgezinnen der Levieten, van den halven stam van Manasse, de vrijstad des doodslagers, Golan in Bazan, en haar voorsteden, en Beesthera en haar voorsteden: twee steden.

1 Kron 6:1 Staten Vertaling (SV)

1De kinderen van Levi waren Gerson, Kahath en Merari.

1 Kron 6:16-20 Staten Vertaling (SV)

16Zo zijn dan de kinderen van Levi: Gerson, Kahath en Merari.

17En dit zijn de namen der zonen van Gerson: Libni en Simei.

20Van Gerson: zijn zoon was Libni; zijn zoon Jahath; zijn zoon Zimma;

1 Kron 6:43 Staten Vertaling (SV)

43Den zoon van Jahath, den zoon van Gerson, den zoon van Levi.

1 Kron 6:62 Staten Vertaling (SV)

62En de kinderen van Gerson, naar hun huisgezinnen, hadden van den stam van Issaschar, en van den stam van Aser, en van den stam van Nafthali, en van den stam van Manasse in Basan, dertien steden.

1 Kron 6:71 Staten Vertaling (SV)

71De kinderen van Gerson hadden van de huisgezinnen van den halven stam van Manasse: Golan in Basan en haar voorsteden, en Astharoth, en haar voorsteden.

1 Kron 15:7 Staten Vertaling (SV)

7Van de kinderen van Gersom was Joel overste, en van zijn broederen waren honderd en dertig.

1 Kron 23:6 Staten Vertaling (SV)

6En David verdeelde hen in verdelingen, naar de kinderen van Levi, Gerson, Kehath en Merari.

Profetieën

Bijbelverzen

Gen 46:11
11En de zonen van Levi: Gerson, Kehath en Merari.
Ex 6:16-17
16 Dit nu zijn de namen der zonen van Levi, naar hun geboorten: Gerson, en Kehath, en Merari. En de jaren des levens van Levi waren honderd zeven en dertig jaren. 17 De zonen van Gerson: Libni en Simei, naar hun huisgezinnen.
Num 3:17-21
17Dit nu waren de zonen van Levi met hun namen: Gerson, en Kahath, en Merari. 18En dit zijn de namen der zonen van Gerson, naar hun geslachten: Libni en Simei. 21Van Gerson was het geslacht der Libnieten, en het geslacht der Simeieten; dit zijn de geslachten der Gersonieten.
Num 3:25
25En de wacht der zonen van Gerson in de tent der samenkomst zal zijn de tabernakel en de tent, haar deksel, en het deksel aan de deur van de tent der samenkomst;
Num 4:22
22Neem ook op de som der zonen van Gerson, naar het huis hunner vaderen, naar hun geslachten.
Num 4:28
28Dit is de dienst van de geslachten der zonen van de Gersonieten, in de tent der samenkomst; en hun wacht zal zijn onder de hand van Ithamar, den zoon van Aaron, den priester.
Num 4:38-41
38Insgelijks de getelden der zonen van Gerson, naar hun geslachten, en naar het huis hunner vaderen; 41Dezen zijn de getelden van de geslachten der zonen van Gerson, van al wie in de tent der samenkomst diende, welke Mozes en Aaron telden, naar het bevel des HEEREN.
Num 7:7
7Twee wagens en vier runderen gaf hij den zonen van Gerson, naar hun dienst;
Num 10:17
17Toen werd de tabernakel afgenomen, en de zonen van Gerson, en de zonen van Merari togen op, dragende den tabernakel.
Num 26:57
57Dit zijn nu de getelden van Levi, naar hun geslachten: van Gerson het geslacht der Gersonieten; van Kohath het geslacht der Kohathieten; van Merari het geslacht der Merarieten.
Joz 21:6
6En aan den kinderen van Gerson, van de huisgezinnen van den stam van Issaschar, en van den stam van Aser, en van den stam van Nafthali, en van den halven stam van Manasse, in Bazan, bij het lot, dertien steden.
Joz 21:27
27En aan de kinderen van Gerson, van de huisgezinnen der Levieten, van den halven stam van Manasse, de vrijstad des doodslagers, Golan in Bazan, en haar voorsteden, en Beesthera en haar voorsteden: twee steden.
1 Kron 6:1
1De kinderen van Levi waren Gerson, Kahath en Merari.
1 Kron 6:16-20
16Zo zijn dan de kinderen van Levi: Gerson, Kahath en Merari. 17En dit zijn de namen der zonen van Gerson: Libni en Simei. 20Van Gerson: zijn zoon was Libni; zijn zoon Jahath; zijn zoon Zimma;
1 Kron 6:43
43Den zoon van Jahath, den zoon van Gerson, den zoon van Levi.
1 Kron 6:62
62En de kinderen van Gerson, naar hun huisgezinnen, hadden van den stam van Issaschar, en van den stam van Aser, en van den stam van Nafthali, en van den stam van Manasse in Basan, dertien steden.
1 Kron 6:71
71De kinderen van Gerson hadden van de huisgezinnen van den halven stam van Manasse: Golan in Basan en haar voorsteden, en Astharoth, en haar voorsteden.
1 Kron 15:7
7Van de kinderen van Gersom was Joel overste, en van zijn broederen waren honderd en dertig.
1 Kron 23:6
6En David verdeelde hen in verdelingen, naar de kinderen van Levi, Gerson, Kehath en Merari.