Caiaphas

Notities

the Jewish high priest (A.D. 27-36) at the beginning of our Lord's public ministry, in the reign of Tiberius ( Luke 3:2 ), and also at the time of his condemnation and crucifixion ( Matthew 26:3 Matthew 26:57 ; John 11:49 ; John 18:13 John 18:14 ). He held this office during the whole of Pilate's administration. His wife was the daughter of Annas, who had formerly been high priest, and was probably the vicar or deputy (Heb. sagan) of Caiaphas. He was of the sect of the Sadducees ( Acts 5:17 ), and was a member of the council when he gave his opinion that Jesus should be put to death "for the people, and that the whole nation perish not" ( John 11:50 ). In these words he unconsciously uttered a prophecy. "Like Saul, he was a prophet in spite of himself." Caiaphas had no power to inflict the punishment of death, and therefore Jesus was sent to Pilate, the Roman governor, that he might duly pronounce the sentence against him ( Matthew 27:2 ; John 18:28 ). At a later period his hostility to the gospel is still manifest ( Acts 4:6 ). (See ANNAS .)

Bijbelverzen

Mat 26:3
3Toen vergaderden de overpriesters en de Schriftgeleerden, en de ouderlingen des volks, in de zaal des hogepriesters, die genaamd was Kajafas;
Mat 26:57
57Die nu Jezus gevangen hadden, leidden Hem heen tot Kajafas, den hogepriester, alwaar de Schriftgeleerden en ouderlingen vergaderd waren.
Mat 26:62-65
62En de hogepriester, opstaande, zeide tot Hem: Antwoordt Gij niets? Wat getuigen dezen tegen U? 63Doch Jezus zweeg stil. En de hogepriester, antwoordende, zeide tot Hem: Ik bezweer U bij den levenden God, dat Gij ons zegt, of Gij zijt de Christus, de Zoon van God? 64Jezus zeide tot hem: Gij hebt het gezegd. Doch Ik zeg ulieden: Van nu aan zult gij zien den Zoon des mensen, zittende ter rechter hand der kracht Gods, en komende op de wolken des hemels. 65Toen verscheurde de hogepriester zijn klederen, zeggende: Hij heeft God gelasterd, wat hebben wij nog getuigen van node? Ziet, nu hebt gij Zijn gods lastering gehoord.
Luc 3:2
2Onder de hogepriesters Annas en Kajafas, geschiedde het woord Gods tot Johannes, den zoon van Zacharias, in de woestijn.
Joh 11:49
49En een uit hen, namelijk Kajafas, die deszelven jaars hogepriester was, zeide tot hen: Gij verstaat niets;
Joh 18:13-14
13En leidden Hem henen, eerst tot Annas; want hij was de vrouws vader van Kajafas, welke deszelven jaars hogepriester was. 14Kajafas nu was degene, die den Joden geraden had, dat het nut was, dat een Mens voor het volk stierve.
Joh 18:24
24(Annas dan had Hem gebonden gezonden tot Kajafas, den hogepriester.)
Joh 18:28
28Zij dan leidden Jezus van Kajafas in het rechthuis. En het was 's morgens vroeg; en zij gingen niet in het rechthuis, opdat zij niet verontreinigd zouden worden, maar opdat zij het pascha eten mochten.
Hand 4:6
6En Annas, de hogepriester, en Kajafas, en Johannes, en Alexander, en zovele er van het hogepriesterlijk geslacht waren.