Apollos

Notities

a Jew "born at Alexandria," a man well versed in the Scriptures and eloquent ( Acts 18:24 ; RSV, "learned"). He came to Ephesus (about A.D. 49), where he spake "boldly" in the synagogue ( 18:26 ), although he did not know as yet that Jesus of Nazareth was the Messiah. Aquila and Priscilla instructed him more perfectly in "the way of God", i.e., in the knowledge of Christ. He then proceeded to Corinth, where he met Paul ( Acts 18:27 ; 19:1 ). He was there very useful in watering the good seed Paul had sown ( 1�Corinthians 1:12 ), and in gaining many to Christ. His disciples were much attached to him ( 1 Corinthians 3:4-7 1 Corinthians 3:22 ). He was with Paul at Ephesus when he wrote the First Epistle to the Corinthians; and Paul makes kindly reference to him in his letter to ( Titus 3:13 ). Some have supposed, although without sufficient ground, that he was the author of the Epistle to the Hebrews.

Historische gebeurtenissen

Reizen

Plaatsen

Bijbelverzen

Hand 18:24
24En een zeker Jood, met name Apollos, van geboorte een Alexandrier, een welsprekend man, kwam te Efeze, machtig zijnde in de Schriften.
Hand 19:1
1En het geschiedde, terwijl Apollos te Korinthe was, dat Paulus, de bovenste delen des lands doorreisd hebbende, te Efeze kwam; en enige discipelen aldaar vindende,
1 Kor 1:11-12
11Want mij is van u bekend gemaakt, mijn broeders, door die van het huisgezin van Chloe zijn, dat er twisten onder u zijn. 12En dit zeg ik, dat een iegelijk van u zegt: Ik ben van Paulus, en ik van Apollos; en ik van Cefas; en ik van Christus.
1 Kor 3:3-6
3Want gij zijt nog vleselijk; want dewijl onder u nijd is, en twist, en tweedracht, zijt gij niet vleselijk, en wandelt gij niet naar den mens? 4Want als de een zegt: Ik ben van Paulus; en een ander: Ik ben van Apollos; zijt gij niet vleselijk? 5Wie is dan Paulus, en wie is Apollos, anders dan dienaars, door welken gij geloofd hebt, en dat, gelijk de Heere aan een iegelijk gegeven heeft? 6Ik heb geplant, Apollos heeft nat gemaakt; maar God heeft den wasdom gegeven.
1 Kor 3:22
22Hetzij Paulus, hetzij Apollos, hetzij Cefas, hetzij de wereld, hetzij leven, hetzij dood, hetzij tegenwoordige, hetzij toekomende dingen, zij zijn alle uwe.
1 Kor 4:6
6En deze dingen, broeders, heb ik op mijzelven en Apollos bij gelijkenis toegepast, om uwentwil; opdat gij aan ons zoudt leren, niet te gevoelen boven hetgeen geschreven is, dat gij niet, de een om eens anders wil, opgeblazen wordt tegen den ander.
1 Kor 16:12
12En wat aangaat Apollos, den broeder, ik heb hem zeer gebeden, dat hij met de broederen tot u komen zou; maar het was ganselijk zijn wil niet, dat hij nu zou komen; doch hij zal komen, wanneer het hem wel gelegen zal zijn.
Tit 3:13
13Geleid Zenas, den wetgeleerde, en Apollos zorgvuldiglijk, opdat hun niets ontbreke.