De Missende 165 Jaar in de Joodse Kalender

Er zit een verschil van ongeveer 165 jaar tussen de Joodse kalender en onze Gregoriaanse kalender. Dit verschil wordt de "missende jaren" genoemd. Hoe is dat ontstaan?

Het probleem in het kort

De verwoesting van de Eerste Tempel (de Tempel van Salomo in Jeruzalem) wordt door de Joodse traditie gedateerd op 422 voor Christus. Historici en archeologen dateren diezelfde gebeurtenis op 586 voor Christus. Dat is een verschil van ongeveer 164 jaar.

Over de verwoesting van de Tweede Tempel zijn beide kanten het wél eens: dat was in het jaar 70 na Christus, door de Romeinen. Het verschil zit dus alleen in de periode daarvoor.

Waar zit het verschil?

Het verschil zit bijna volledig in de Perzische periode. Dit is de tijd waarin het Perzische Rijk heerste over Israël, tussen de Babylonische en de Griekse overheersing.

Seculiere geschiedschrijving Seder Olam (Joods)
Duur Perzische periode 207 jaar (539–332 v.Chr.) 52 jaar
Aantal Perzische koningen 14 koningen 4 koningen
Verwoesting Eerste Tempel 586 v.Chr. 422 v.Chr.
Tweede Tempel stond 589 jaar 420 jaar

Het bronboek: de Seder Olam Rabbah

Het boek dat aan de basis ligt van de Joodse tijdrekening heet de Seder Olam Rabbah ("De Grote Orde van de Wereld"). Het werd rond 160 na Christus geschreven door Rabbi Yose ben Halafta. Dit boek geeft een doorlopende tijdlijn van de schepping tot aan de opstand van Bar Kochba (135 na Christus).

De Seder Olam is het referentieboek geworden voor de Joodse kalender die vandaag de dag nog steeds wordt gebruikt. Het probleem is dat dit boek de Perzische periode drastisch inkort.

Drie aanpassingen die samen 165 jaar "weghalen"

De Seder Olam wijkt op drie concrete punten af van wat we uit Perzische, Babylonische en Griekse bronnen weten:

1. Verwisseling van koningen

Volgens de Seder Olam regeerde Ahasveros (Xerxes) vóór Darius. Volgens de seculiere geschiedschrijving was het andersom: eerst Darius, dan Xerxes. Bovendien plaatst de Seder Olam nog een extra koning (Cambyses) helemaal niet in de tijdlijn.

2. Samenvoegen van koningen

De Seder Olam stelt dat Darius en Artaxerxes dezelfde persoon waren. Dit is gebaseerd op het boek Ezra, waar in hoofdstuk 6 de koning "Darius" heet en in hoofdstuk 7 ineens "Artaxerxes". De Seder Olam concludeert dat het om dezelfde koning gaat. Historische bronnen laten echter zien dat het om twee verschillende koningen gaat die ver uit elkaar leefden.

3. Gelijkstelling van twee Dariussen

De Seder Olam stelt Darius I (die de Tweede Tempel liet herbouwen) gelijk aan Darius III (die door Alexander de Grote werd verslagen). In werkelijkheid leefde Darius III zo'n 150 jaar later dan Darius I. Door hen gelijk te stellen verdwijnen alle koningen die er tussenin regeerden uit de tijdlijn.

Het resultaat

Door deze drie aanpassingen samen wordt de Perzische periode teruggebracht van 207 jaar met 14 koningen naar slechts 52 jaar met 4 koningen. Dat scheelt zo'n 155 jaar. Met kleine afwijkingen in andere periodes komt het totale verschil uit op ongeveer 165 jaar.

Waarom werd dit gedaan?

Hierover bestaat veel discussie. De belangrijkste theorieën zijn:

Theologische reden: De Seder Olam wilde dat er precies 490 jaar (70 jaarweken) zat tussen de verwoesting van de Eerste en de Tweede Tempel, gebaseerd op de profetie in Daniël ( Dan. 9:24-27). Door de Perzische periode in te korten komt die berekening uit.

Verbergen van de Messiaanse tijdlijn: Sommige geleerden denken dat de aanpassing bewust werd gedaan zodat de 70 jaarweken uit Daniël 9 niet op Jezus van Nazareth zouden uitkomen. Met de originele chronologie wijzen de 490 jaar namelijk precies naar de tijd van Jezus.

Minimalistisch principe: De auteur van de Seder Olam hanteerde het principe om altijd de kortst mogelijke duur aan te houden waar de Bijbeltekst niet expliciet anders aangeeft. Omdat de Bijbel zelf weinig Perzische koningen bij naam noemt, werd de rest weggelaten.

Verloren kennis: Na de Babylonische ballingschap en de verwoesting van de Tweede Tempel was veel historische kennis verloren gegaan. De rabbijnen werkten met beperkte bronnen.

Was iedereen het ermee eens?

Nee. Binnen de Joodse traditie zijn er altijd stemmen geweest die de chronologie van de Seder Olam betwistten. De Italiaanse rabbi Azaria dei Rossi (16e eeuw) was waarschijnlijk de eerste Joodse autoriteit die openlijk zei dat de Seder Olam historisch niet klopt voor de periode vóór de Tweede Tempel. Verschillende andere rabbijnen en midrasj-bronnen geven ook een langere Perzische periode aan.

De geleerde Mitchell First heeft in zijn boek Jewish History in Conflict alle standpunten verzameld: 41 Joodse geleerden gaven de voorkeur aan de seculiere chronologie, 17 hielden vast aan de Seder Olam.

Wat als je de 165 jaar erbij optelt?

Het huidige Joodse jaar is 5786 (2025/2026 in de Gregoriaanse kalender). Als je de missende 165 jaar erbij optelt, zou het Joodse jaar nu 5951 zijn.

Wat als je de 210 jaar erbij optelt?

Volgens de seculiere geschiedschrijving duurde de Perzische overheersing van 539 tot 332 v.Chr. — ruim twee eeuwen waarin veertien koningen regeerden. Als je deze langere tijdlijn volgt en de Bijbelse chronologie voor de rest intact laat, verschuift de datum van de schepping van 3761 v.Chr. naar circa 3926 v.Chr. Alle gebeurtenissen vóór de Perzische periode — van Adam tot de Babylonische ballingschap — blijven hetzelfde, maar ze liggen dan 165 jaar verder in het verleden dan de traditionele Joodse kalender aangeeft.

Dat is opvallend, want in de Joodse traditie is het jaar 6000 een belangrijk moment: het markeert het begin van het Messiaanse tijdperk. Met de gecorrigeerde telling zou dat slechts 49 jaar in de toekomst liggen. Zonder de correctie ligt het jaar 6000 pas in het jaar 2239 van onze tijdrekening — nog ruim 200 jaar weg.

Dit is ook precies een van de redenen waarom sommigen denken dat de aanpassing bewust werd gedaan: om het jaar 6000, en daarmee de verwachte komst van de Messias, verder naar de toekomst te schuiven.

De Joodse kalender mist ongeveer 165 jaar ten opzichte van de Gregoriaanse kalender. Dit komt doordat de Seder Olam Rabbah, het basisboek van de Joodse tijdrekening, de Perzische periode heeft ingekort van 207 naar 52 jaar. Dit werd gedaan door Perzische koningen samen te voegen, te verwisselen en gelijk te stellen. Of dit bewust of per ongeluk is gebeurd, daarover wordt al eeuwen gediscussieerd.