De val van Babylon
Fase:
Grote Verdrukking
Categorie: Oordeel
Boek: Openbaring
Volgorde: 310
Babylon, de grote hoer die zit op vele wateren, wordt geoordeeld. Koningen en kooplieden treuren over haar val. Een engel werpt een grote molensteen in de zee als beeld van haar plotselinge ondergang.
Bijbelverzen
Openb 17:1
1En een uit de zeven engelen, die de zeven fiolen hadden, kwam en sprak met mij, en zeide tot mij: Kom herwaarts, ik zal u tonen het oordeel der grote hoer, die daar zit op vele wateren;
Openb 18:2
2En hij riep krachtelijk met een grote stem, zeggende: Zij is gevallen, zij is gevallen, het grote Babylon, en is geworden een woonstede der duivelen, en een bewaarplaats van alle onreine geesten, en een bewaarplaats van alle onrein en hatelijk gevogelte;
Openb 18:8
8Daarom zullen haar plagen op een dag komen, namelijk dood, en rouw, en honger, en zij zal met vuur verbrand worden; want sterk is de Heere God, Die haar oordeelt.
Openb 18:21
21En een sterke engel hief een steen op als een groten molensteen, en wierp dien in de zee, zeggende: Aldus zal de grote stad Babylon met geweld geworpen worden, en zal niet meer gevonden worden.
Parallelle teksten
Jer 51:63
63En het zal geschieden, als gij geeindigd zult hebben dit boek te lezen, dan zult gij een steen daaraan binden, en werpen het in het midden van den Frath;