Paulus voor de Hoge Raad

Type: Toespraak/Preek
Volgorde: 71
Locatie: Jeruzalem

Paulus stond voor de Hoge Raad. Hij verklaarde met een zuiver geweten te hebben geleefd. Door te verklaren dat hij een Farizeeër was en oordeelde werd over de opstanding, zette hij de Farizeeën en Sadduceeën tegen elkaar. De overste redde hem uit de oplopende onrust.

Bijbelverzen

Hand 23:1
1En Paulus, de ogen op den raad houdende, zeide: Mannen broeders! ik heb met alle goed geweten voor God gewandeld tot op dezen dag.
Hand 23:6-10
6En Paulus wetende dat het ene deel was van de Sadduceen, en het andere van de Farizeen, riep in den raad: Mannen broeders, ik ben een Farizeer, eens Farizeers zoon; ik word over de hoop en opstanding der doden geoordeeld. 7En als hij dit gesproken had, ontstond er tweedracht tussen de Farizeen en de Sadduceen, en de menigte werd verdeeld. 9En er geschiedde een groot geroep; en de Schriftgeleerden van de zijde der Farizeen stonden op, en streden, zeggende: Wij vinden geen kwaad in dezen mens; en indien een geest tot hem gesproken heeft, of een engel, laat ons tegen God niet strijden. 10En als er grote tweedracht ontstaan was, de overste, vrezende, dat Paulus van hen verscheurd mocht worden, gebood, dat het krijgsvolk zou afkomen, en hem uit het midden van hen wegrukken, en in de legerplaats brengen.

Betrokken personen