Petrus' verantwoording aan de gemeente in Jeruzalem
Toen Petrus naar Jeruzalem terugkeerde, bestreden de besnedenen hem over zijn bezoek aan heidenen. Petrus legde de hele gang van zaken uit: het visioen, de Geest die hem stuurde, de uitstorting van de Geest op Cornelius. De gemeente zweeg en verheerlijkte God.
Bijbelverzen
Hand 11:1-4
1De apostelen nu, en de broeders, die in Judea waren, hebben gehoord, dat ook de heidenen het Woord Gods aangenomen hadden. 2En toen Petrus opgegaan was naar Jeruzalem, twistten tegen hem degenen, die uit de besnijdenis waren, 3Zeggende: Gij zijt ingegaan tot mannen, die de voorhuid hebben, en hebt met hen gegeten. 4Maar Petrus, beginnende, verhaalde het hun vervolgens, zeggende:
Hand 11:15-18
15En als ik begon te spreken, viel de Heilige Geest op hen, gelijk ook op ons in het begin. 17Indien dan God hun evengelijke gave gegeven heeft, als ook ons, die in de Heere Jezus Christus geloofd hebben, wie was ik toch, die God konde weren? 18En als zij dit hoorden, waren zij tevreden, en verheerlijkten God, zeggende: Zo heeft dan God ook den heidenen de bekering gegeven ten leven!