Verkiezing van Matthias als twaalfde apostel
Petrus stond op te midden van de honderdtwintig discipelen en legde uit dat de Schrift vervuld moest worden betreffende Judas. Men stelde twee kandidaten voor en wierp het lot, waarop het viel op Matthias, die zo aan de elf apostelen toegevoegd werd.
Bijbelverzen
Hand 1:15-16
15En in dezelve dagen stond Petrus op in het midden der discipelen, en sprak (er was nu een schare bijeen van omtrent honderd en twintig personen): 16Mannen broeders, deze Schrift moest vervuld worden, welke de Heilige Geest door den mond Davids voorzegd heeft van Judas, die de leidsman geweest is dergenen die Jezus vingen;
Hand 1:21-26
21Het is dan nodig, dat van de mannen, die met ons ongedaan hebben al den tijd, in welken de Heere Jezus onder ons ingegaan en uitgegaan is, 22Beginnende van den doop van Johannes, tot den dag toe, in welken Hij van ons opgenomen is, een derzelven met ons getuige worde van Zijn opstanding. 23En zij stelden er twee, Jozef, genaamd Barsabas, die toegenaamd was Justus, en Matthias. 24En zij baden en zeiden: Gij Heere! Gij Kenner der harten van allen, wijs van deze twee een aan, dien Gij uitverkoren hebt; 25Om te ontvangen het lot dezer bediening en des apostelschaps, waarvan Judas afgeweken is, dat hij heenging in zijn eigen plaats. 26En zij wierpen hun loten; en het lot viel op Matthias, en hij werd met gemene toestemming tot de elf apostelen gekozen.