Vrijlating van Petrus en Johannes na vermaning

Type: Vergadering/Concilie
Volgorde: 10
Locatie: Jeruzalem

De Raad overlegde en erkende dat een alom bekend teken verricht was door de apostelen. Zij geboden Petrus en Johannes niet meer te spreken in de Naam van Jezus en lieten hen gaan. De apostelen antwoordden dat zij niet konden nalaten te spreken over wat zij gezien en gehoord hadden.

Bijbelverzen

Hand 4:15-21
15En hun geboden hebbende uit te gaan buiten den raad, overlegden zij met elkander, 16Zeggende: Wat zullen wij dezen mensen doen? Want dat er een bekend teken door hen geschied is, is openbaar aan allen, die te Jeruzalem wonen, en wij kunnen het niet loochenen. 17Maar opdat het niet meer en meer onder het volk verspreid worde, laat ons hen scherpelijk dreigen, dat zij niet meer tot enig mens in dezen Naam spreken. 18En als zij hen geroepen hadden, zeiden zij hun aan, dat zij ganselijk niet zouden spreken, noch leren, in den Naam van Jezus. 19Maar Petrus en Johannes, antwoordende, zeiden tot hen: Oordeelt gij, of het recht is voor God, ulieden meer te horen dan God. 20Want wij kunnen niet laten te spreken, hetgeen wij gezien en gehoord hebben. 21Maar zij dreigden hen nog meer, en lieten ze gaan, niets vindende, hoe zij hen straffen zouden, om des volks wil; want zij verheerlijkten allen God over hetgeen er geschied was.

Betrokken personen