Gelijkenis van de twee zonen

Categorie: Oordeel
Volgorde: 13
Jaar: 3999 6 BC

Een vader vraagt zijn twee zonen in de wijngaard te werken. De eerste weigert maar gaat toch; de tweede zegt ja maar gaat niet. Jezus stelt dat de tollenaren en hoeren, die aanvankelijk Gods wil negeerden maar zich bekeerden, het koninkrijk ingaan voor de schijnheilige godsdienstige leiders.

Bijbelverzen

Mat 21:28-32
28Maar wat dunkt u? Een mens had twee zonen, en gaande tot den eersten, zeide: Zoon! ga heen, werk heden in mijn wijngaard. 29Doch hij antwoordde en zeide: Ik wil niet; en daarna berouw hebbende, ging hij heen. 30En gaande tot den tweeden, zeide desgelijks, en deze antwoordde en zeide: Ik ga, heer! en hij ging niet. 31Wie van deze twee heeft den wil des vaders gedaan? Zij zeiden tot Hem: De eerste. Jezus zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, dat de tollenaars en de hoeren u voorgaan in het Koninkrijk Gods. 32Want Johannes is tot u gekomen in den weg der gerechtigheid, en gij hebt hem niet geloofd; maar de tollenaars en de hoeren hebben hem geloofd; doch gij, zulks ziende, hebt daarna geen berouw gehad, om hem te geloven.