1 Timotheüs

Auteur: Paulus
Ontvanger: Timotheüs
Jaar: 63 AD
Bijbelboek: 1 Tim

Een pastorale brief aan Timotheüs over de orde in de gemeente: de strijd tegen valse leer, de rol van mannen en vrouwen, de vereisten voor ambtsdragers en de materiële houding van gelovigen.

Onderwerpen

1. Strijd tegen valse leer en het doel der wet

Opdracht aan Timotheüs om in Efeze te blijven en valse leeraren te bestrijden; de wet is goed als men die wettig gebruikt.

1 Tim 1:1
1Paulus, een apostel van Jezus Christus, naar het bevel van God, onzen Zaligmaker, en den Heere Jezus Christus, Die onze Hope is,
1 Tim 1:20
20Onder welken is Hymeneus en Alexander, die ik den satan overgegeven heb, opdat zij zouden leren niet meer te lasteren.

2. Gebed voor alle mensen en de rol van mannen en vrouwen

Gebeden voor alle mensen en voor de overheid; de vrouw in de gemeente.

1 Tim 2:1
1Ik vermaan dan voor alle dingen, dat gedaan worden smekingen, gebeden, voorbiddingen, dankzeggingen, voor alle mensen;
1 Tim 2:15
15Doch zij zal zalig worden in kinderen te baren, zo zij blijft in het geloof, en liefde, en heiligmaking, met matigheid.

3. Vereisten voor opzieners en diakenen

De eigenschappen waaraan een opziener en een diaken moeten voldoen.

1 Tim 3:1
1Dit is een getrouw woord: zo iemand tot eens opzieners ambt lust heeft, die begeert een treffelijk werk.
1 Tim 3:16
16En buiten allen twijfel, de verborgenheid der godzaligheid is groot: God is geopenbaard in het vlees, is gerechtvaardigd in den Geest, is gezien van de engelen, is gepredikt onder de heidenen, is geloofd in de wereld, is opgenomen in heerlijkheid.

4. Afval in de laatste tijden en de goede dienaar

Sommigen zullen van het geloof afwijken; Timotheüs moet een goede dienaar van Christus zijn.

1 Tim 4:1
1Doch de Geest zegt duidelijk, dat in de laatste tijden sommigen zullen afvallen van het geloof, zich begevende tot verleidende geesten, en leringen der duivelen,
1 Tim 4:16
16Heb acht op uzelven en op de leer; volhard daarin; want dat doende, zult gij en uzelven behouden, en die u horen.

5. Omgang met ouderen, weduwen en oudsten

Richtlijnen voor de verzorging van weduwen en de verhouding tot oudsten.

1 Tim 5:1
1Bestraf een ouden man niet hardelijk, maar vermaan hem als een vader; de jonge als broeders;
1 Tim 5:25
25Desgelijks ook de goede werken zijn te voren openbaar, en daar het anders mede gelegen is, kunnen niet verborgen worden.

6. Slaven en de gevaren van geldgierigheid

De houding van slaven tegenover meesters; de wortel van alle kwaad is de geldgierigheid.

1 Tim 6:1
1De dienstknechten, zovelen als er onder het juk zijn, zullen hun heren alle eer waardig achten, opdat de Naam van God, en de leer niet gelasterd worde.
1 Tim 6:21
21Dewelke sommigen voorgevende, zijn van het geloof afgeweken. De genade zij met u. Amen.